ECLI:NL:HR:2000:AA7688
Hoge Raad
- Cassatie
- F.H.J. Mijnssen
- P. Neleman
- R. Herrmann
- C.H.M. Jansen
- P.C. Kop
- W.H. Heemskerk
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad over verjaring en redelijkheid bij asbestschade na overlijden werknemer
De erven van een werknemer die in dienst was bij Hertel en aan asbest was blootgesteld, vorderden schadevergoeding wegens materiële en immateriële schade. De werknemer was overleden aan longcarcinoom, veroorzaakt door asbestblootstelling tijdens zijn dienstverband. De rechtbank en het hof hadden de vorderingen afgewezen wegens verjaring, omdat meer dan dertig jaar waren verstreken sinds de laatste blootstelling.
De Hoge Raad oordeelt dat het begrip 'gebeurtenis' in de verjaringsregeling van artikel 3:310 lid 2 BW Pro zo moet worden uitgelegd dat het samenvalt met het moment waarop de schade bekend wordt. Dit is in het bijzonder van belang bij ziekten als longcarcinoom die pas na lange tijd zichtbaar worden. De Hoge Raad stelt dat toepassing van de verjaringstermijn in dit geval onredelijk is en op grond van redelijkheid en billijkheid buiten toepassing moet blijven.
De zaak wordt vernietigd en verwezen naar het gerechtshof voor verdere behandeling, waarbij ook moet worden onderzocht of Hertel verzekerd is tegen aansprakelijkheid. De Hoge Raad bevestigt dat de rechtbank terecht oordeelde dat er geen sprake was van opzet of grove schuld van Hertel. De uitspraak benadrukt de uitzonderlijke aard van de zaak en de noodzaak om verjaring in dit soort gevallen flexibel toe te passen.
Uitkomst: Het vonnis van de Rechtbank Middelburg wordt vernietigd en de zaak wordt verwezen naar het Gerechtshof voor verdere behandeling over verjaring en aansprakelijkheid.