ECLI:NL:HR:2000:AA7843
Hoge Raad
- Cassatie
- R.J.J. Jansen
- F.W.G.M. van Brunschot
- D.G. van Vliet
- P.J. van Amersfoort
- P. Lourens
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt staken onderneming en weigert verliesverrekening vennootschapsbelasting 1994
Belanghebbende, een besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid, kreeg voor het jaar 1994 een aanslag vennootschapsbelasting opgelegd over een belastbaar bedrag van f 647.750. Na bezwaar en beroep bij het Hof werd de aanslag gehandhaafd. Het geschil betrof de vraag of belanghebbende haar onderneming had gestaakt en of verliezen uit voorgaande jaren konden worden verrekend met de winst van 1994.
Het Hof oordeelde dat belanghebbende tot en met 1993 een onderneming dreef, gezien de aard en omvang van haar activiteiten en de aanzienlijke risico’s die zij nam, die verder gingen dan normaal vermogensbeheer. Met de afbouw van haar activiteiten medio 1993 was de onderneming gestaakt. Dit oordeel werd niet onjuist bevonden door de Hoge Raad, die het beroep in cassatie ongegrond verklaarde.
De Hoge Raad bevestigde dat artikel 20, lid 5, van de Wet op de vennootschapsbelasting 1969 het verrekenen van verliezen uit voorgaande jaren met de winst van 1994 in de weg staat, nu de onderneming was gestaakt. De proceskosten werden niet aan belanghebbende opgelegd. Het arrest werd op 25 oktober 2000 in het openbaar uitgesproken.
Uitkomst: De Hoge Raad verklaart het cassatieberoep ongegrond en bevestigt dat de onderneming is gestaakt waardoor verliesverrekening niet is toegestaan.