ECLI:NL:HR:2000:AA8200
Hoge Raad
- Cassatie
- W.J.M. Davids
- F.H. Koster
- A.M.M. Orie
- J.P. Balkema
- B.C. de Savornin Lohman
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt vervolging ondanks betoog gedoogbeleid coffeeshops in Kampen
De verdachte werd door het Gerechtshof Arnhem veroordeeld voor opzettelijk handelen in strijd met artikel 3, eerste lid onder C, van de Opiumwet. Hij stelde in cassatie dat het Openbaar Ministerie niet-ontvankelijk moest worden verklaard wegens schending van het vertrouwensbeginsel, omdat volgens hem het landelijke gedoogbeleid voor coffeeshops werd doorkruist.
De Hoge Raad overwoog dat er geen landelijk gedoogbeleid bestaat voor coffeeshops, maar dat het beleid lokaal wordt bepaald in het driehoeksoverleg. Het hof had vastgesteld dat de gemeente Kampen geen gedoogbeleid had vastgesteld en zelfs een nul-optie had gekozen, waardoor strafrechtelijke vervolging gerechtvaardigd was.
De verdediging kon niet aantonen dat er een lokaal gedoogbeleid bestond, noch dat de vervolging in strijd was met het vertrouwensbeginsel. De Hoge Raad concludeerde dat het hof het recht had gedaan en verwierp het cassatieberoep. De beslissing tot ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel werd niet in het arrest genomen en kon daarom niet worden bestreden.
Het arrest bevestigt dat het ontbreken van lokaal gedoogbeleid leidt tot ontvankelijkheid van vervolging, ook als de coffeeshop zich aan landelijke richtlijnen zou houden. De Hoge Raad benadrukte het belang van lokaal beleid en de rol van het openbaar ministerie in handhaving.
Uitkomst: De Hoge Raad verwierp het cassatieberoep en bevestigde de ontvankelijkheid van de vervolging wegens ontbreken van lokaal gedoogbeleid.