ECLI:NL:HR:2000:AA8359
Hoge Raad
- Cassatie
- R. Herrmann
- A.E.M. van der Putt-Lauwers
- H.A.M. Aaftink
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkverklaring verzoekster in cassatie wegens niet-overleggen dossier
Op 9 februari 1999 is een verzoekschrift ingediend bij de Hoge Raad om beroep in cassatie in te stellen tegen een beschikking van de Rechtbank Amsterdam van 9 december 1998. Verzoekster heeft echter nagelaten het dossier over te leggen, ondanks herhaaldelijke rappel en een laatste termijn tot 1 februari 2000 om dit te herstellen.
De Advocaat-Generaal heeft op 14 juli 2000 geconcludeerd dat verzoekster niet-ontvankelijk moet worden verklaard in het cassatieberoep. De Hoge Raad heeft dit advies gevolgd en de verzoekster niet-ontvankelijk verklaard omdat zonder het dossier niet kan worden vastgesteld of het beroep tijdig is ingesteld en of het middel feitelijke grondslag heeft.
De beschikking is gegeven door de raadsheren R. Herrmann, A.E.M. van der Putt-Lauwers en H.A.M. Aaftink en in het openbaar uitgesproken door raadsheer W.H. Heemskerk op 17 november 2000.
Uitkomst: Verzoekster wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens het niet overleggen van het dossier.