ECLI:NL:PHR:2011:BO9548
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt eenhoofdig ouderlijk gezag vader wegens communicatieproblemen ouders
In deze zaak staat een verzoek tot wijziging van het ouderlijk gezag centraal. De moeder en vader hebben drie minderjarige kinderen. De moeder was aanvankelijk met het gezag belast. Na een verzoek van de vader heeft de rechtbank en later het hof het eenhoofdig gezag aan de vader toegekend, vanwege ernstige communicatieproblemen tussen de ouders en het belang van de kinderen.
De moeder kwam hiertegen in cassatie, stellende dat het hof onvoldoende had gemotiveerd waarom het eenhoofdig gezag aan de vader moest worden toegekend. Het hof had overwogen dat de moeder de kinderen eigenmachtig naar Spanje had meegenomen, waardoor het contact met de vader onmogelijk was geworden en de kinderen onttrokken waren aan hulpverlening.
De Hoge Raad oordeelt dat het cassatiemiddel onvoldoende voldoet aan de vereisten van art. 426a lid 2 Rv en dat het oordeel van het hof, dat gebaseerd is op meerdere argumenten en feitelijke overwegingen, niet onbegrijpelijk is. De klachten van de moeder falen en het beroep wordt verworpen. Tevens overweegt de Hoge Raad terughoudendheid bij het opleggen van proceskosten in familierechtelijke procedures, maar geeft een overweging om de moeder in de kosten te veroordelen vanwege het onvoldoende gegrond zijn van haar cassatieberoep.
Uitkomst: Het cassatieberoep van de moeder wordt verworpen; het eenhoofdig gezag wordt aan de vader toegekend.