ECLI:NL:HR:2001:AB0220
Hoge Raad
- Cassatie
- F.H.J. Mijnssen
- W.H. Heemskerk
- A.E.M. van der Putt-Lauwers
- H.A.M. Aaftink
- A. Hammerstein
- Rechtspraak.nl
Beoordeling aansprakelijkheid bank voor ongeautoriseerde overboekingen en toepassing algemene bankvoorwaarden
Eisers, bestaande uit een natuurlijke persoon en een vennootschap, vorderden schadevergoeding van de bank wegens uitvoering van ongeautoriseerde overboekingen van een rekening. De rechtbank oordeelde dat de bank onzorgvuldig had gehandeld en gaf eisers opdracht tot schadebegroting. Het hof vernietigde dit vonnis en wees de vorderingen af, stellende dat de algemene bankvoorwaarden (ABV) artikelen 12 en 13 een redelijke termijn van twaalf maanden bevatten waarbinnen de cliënt bezwaar moet maken tegen onjuistheden in rekeningafschriften.
De Hoge Raad bevestigde dat deze artikelen ertoe dienen de bank te beschermen tegen late bezwaren en dat de termijn van twaalf maanden niet onredelijk bezwarend is. Hoewel de omstandigheden van het geval kunnen meebrengen dat toepassing van de termijn onaanvaardbaar is, achtte het hof dit niet het geval. Eisers hadden bovendien niet tijdig bezwaar gemaakt, ondanks dat zij alert hadden moeten zijn gezien de hoogte van de bedragen.
De Hoge Raad verwierp de klachten van eisers over de uitleg van de artikelen en de motivering van het hof en oordeelde dat het hof niet tekort was geschoten in zijn motiveringsplicht. Het beroep werd verworpen en eisers werden veroordeeld in de kosten van het geding.
Uitkomst: De Hoge Raad verwierp het beroep en bevestigde dat de bank zich mocht beroepen op de termijn van twaalf maanden uit de algemene bankvoorwaarden.