ECLI:NL:HR:2001:AB0841
Hoge Raad
- Cassatie
- W.J.M. Davids
- G.J.M. Corstens
- A.J.A. van Dorst
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad vernietigt arrest en spreekt verdachte vrij van Wegenverkeerswet overtreding
De zaak betreft een cassatieberoep van verdachte tegen een arrest van het Gerechtshof Arnhem, waarbij hij was veroordeeld voor meerdere feiten, waaronder overtredingen van de Wegenverkeerswet 1994. De Hoge Raad oordeelt dat de redelijke termijn in de cassatieprocedure is overschreden, wat een schending van artikel 6 EVRM Pro inhoudt.
Daarnaast constateert de Hoge Raad dat het hof onvoldoende heeft gemotiveerd dat het bewijs voor feit 3, een overtreding van artikel 8, tweede lid, aanhef en onder a van de Wegenverkeerswet 1994, toereikend is. Op grond van het beschikbare bewijs kan niet worden vastgesteld dat het ademalcoholgehalte is vastgesteld bij een onderzoek als bedoeld in die wetsbepaling.
Daarom vernietigt de Hoge Raad het arrest uitsluitend voor wat betreft de bewezenverklaring en strafoplegging van feit 3, spreekt verdachte vrij van dat feit en verwijst de zaak terug naar het Gerechtshof te ’s-Hertogenbosch voor hernieuwde berechting en strafoplegging van de overige feiten, met inachtneming van de schending van de redelijke termijn.
De overige onderdelen van het cassatieberoep worden verworpen. Het arrest is gewezen door de vice-president en raadsheren van de Hoge Raad en uitgesproken op 3 april 2001.
Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken van de overtreding van de Wegenverkeerswet en de zaak wordt terugverwezen voor hernieuwde strafoplegging.