ECLI:NL:PHR:2007:BA7952
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak wegens ontbreken formele aanwijzing ademanalyseapparaat bedienaar ondanks bekwaamheid
De verdachte werd ten laste gelegd dat hij op 18 maart 2006 te Franeker een voertuig bestuurde met een ademalcoholgehalte boven de wettelijke limiet. Het hof sprak hem vrij omdat de opsporingsambtenaar die de ademanalyse afnam niet formeel was aangewezen door de korpschef, zoals vereist in art. 7 Besluit Pro alcoholonderzoeken. De advocaat-generaal stelde cassatie in tegen deze uitspraak.
De Hoge Raad overwoog dat het voorschrift van art. 7 Besluit Pro alcoholonderzoeken een strikte waarborg is bedoeld om de betrouwbaarheid van het ademanalyseonderzoek te waarborgen. Echter, het ontbreken van een formele aanwijzing betekent niet automatisch dat er geen onderzoek heeft plaatsgevonden, mits de opsporingsambtenaar wel over de vereiste kennis en vaardigheden beschikte en er geen aanwijzingen zijn dat de betrouwbaarheid van het onderzoek is geschaad.
De Hoge Raad benadrukte dat het doel van de aanwijzing indirect is: het waarborgen dat het apparaat correct wordt bediend en daarmee de betrouwbaarheid van de uitslag. Het hof had ten onrechte geoordeeld dat het ontbreken van de formele aanwijzing zonder meer tot vrijspraak moest leiden. Daarom is het arrest van het hof vernietigd en zal de Hoge Raad de zaak terugverwijzen voor een nieuwe beslissing.
Uitkomst: Het arrest van het hof is vernietigd omdat het ontbreken van een formele aanwijzing niet automatisch leidt tot geen onderzoek en vrijspraak.