ECLI:NL:HR:2001:AB2309
Hoge Raad
- Cassatie
- G.J. Zuurmond
- F.W.G.M. van Brunschot
- D.G. van Vliet
- P. Lourens
- C.B. Bavinck
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt oordeel Hof over niet-ondernemerschap en verweven inkomsten auteursrechten
Belanghebbende kreeg voor het jaar 1996 een aanslag inkomstenbelasting opgelegd op een belastbaar inkomen van f 41.136. Na bezwaar bleef de aanslag gehandhaafd en het Hof verklaarde het beroep ongegrond. Belanghebbende stelde dat zijn werkzaamheden voor stichting B binnen een onderneming vielen en dat inkomsten uit auteursrechten als winst uit onderneming moesten worden aangemerkt.
Het Hof oordeelde dat belanghebbende niet aannemelijk had gemaakt dat zijn werkzaamheden een onderneming vormden zoals bedoeld in artikel 6 Wet Pro op de inkomstenbelasting 1964. Tevens stelde het Hof vast dat de inkomsten uit auteursrechten niet als winst uit onderneming konden worden beschouwd vanwege de verwevenheid met de bedragen van stichting B.
De Hoge Raad toetste de oordelen van het Hof en concludeerde dat deze niet berustten op een onjuiste rechtsopvatting en dat de feitelijke waarderingen niet in cassatie konden worden herzien. Daarom verklaarde de Hoge Raad het beroep ongegrond.
De Hoge Raad wees tevens af om proceskosten toe te wijzen en bevestigde daarmee het oordeel van het Hof.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt ongegrond verklaard en het oordeel van het Hof bevestigd.