ECLI:NL:HR:2001:AD4058
Hoge Raad
- Cassatie
- G.J. Zuurmond
- F.W.G.M. van Brunschot
- D.G. van Vliet
- P. Lourens
- C.B. Bavinck
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt zelfstandigheid en omzetbelastingplicht van privaatrechtelijke rechtspersoon in gemeenschappelijke regeling
Belanghebbende, een privaatrechtelijke rechtspersoon opgericht in 1991, was betrokken bij een gemeenschappelijke regeling met de gemeente Eindhoven en het openbaar lichaam CURE voor het uitvoeren van reinigingstaken. Over het tijdvak oktober 1992 werd een naheffingsaanslag omzetbelasting opgelegd, die na bezwaar en beroep door het Hof werd bevestigd.
Het geschil betrof de vraag of belanghebbende zelfstandig ondernemer was en omzetbelasting verschuldigd was over de vergoedingen die zij van CURE ontving. Het Hof oordeelde dat belanghebbende zelfstandig opereerde, geen banden van ondergeschiktheid had met CURE en haar werkzaamheden als economische activiteiten verrichtte. De Hoge Raad onderschreef dit oordeel en verwierp het verweer dat de betalingen als doorberekende kosten voor gemeenschappelijke rekening buiten de heffing konden blijven.
De Hoge Raad verklaarde het beroep ongegrond en bevestigde dat belanghebbende als ondernemer in de zin van de Wet op de omzetbelasting 1968 moet worden aangemerkt en omzetbelasting verschuldigd is over de ontvangen vergoedingen. Tevens wees de Hoge Raad proceskostenveroordeling af.
Uitkomst: De Hoge Raad verklaart het cassatieberoep ongegrond en bevestigt dat belanghebbende omzetbelasting verschuldigd is over de vergoedingen van CURE.