ECLI:NL:HR:1997:AA2154
Hoge Raad
- Cassatie
- R.J.J. Jansen
- Van der Linde
- De Moor
- Van Brunschot
- Meij
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad vernietigt uitspraak Hof over omzetbelastingkosten en verwijst zaak terug
Belanghebbende, een BV die aannemingswerkzaamheden en verhuur verricht, kreeg een naheffingsaanslag omzetbelasting opgelegd over 1990. De aanslag werd gehandhaafd door de Inspecteur en bevestigd door het Hof Amsterdam. De Hoge Raad oordeelt dat het Hof onjuiste maatstaven hanteerde bij de beoordeling of bepaalde kosten als kosten voor gemene rekening konden worden aangemerkt.
Het Hof stelde dat de door belanghebbende aan D BV gefactureerde loonkosten voor timmerlieden, uitvoerder, directie en administratief personeel niet als kosten voor gemene rekening konden worden beschouwd. De Hoge Raad nuanceert dit oordeel: voor timmerlieden en uitvoerder is het oordeel juist, maar voor de kosten van directie en administratief personeel is het oordeel onbegrijpelijk en berust het op een onjuiste rechtsopvatting.
De Hoge Raad benadrukt dat kosten voor gemene rekening bestaan als kosten voor verschillende ondernemers die volgens een vooraf vastgestelde verdeelsleutel worden gedragen, inclusief het risico. De zaak wordt terugverwezen naar het Hof te 's-Gravenhage voor nader onderzoek naar de afspraken over de kostenverdeling en risicoverdeling. Tevens worden proceskosten toegewezen aan belanghebbende.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt het arrest van het Hof en verwijst de zaak terug voor nader onderzoek naar de kostenverdeling en risicoverdeling.