ECLI:NL:HR:2001:AD4307
Hoge Raad
- Cassatie
- W.J.M. Davids
- A.M.M. Orie
- A.J.A. van Dorst
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt niet-ontvankelijkheid Openbaar Ministerie niet aangenomen bij herhaalde vordering tot inbewaringstelling
In deze strafzaak heeft het Gerechtshof Leeuwarden de verdachte vrijgesproken van de primaire tenlastelegging en veroordeeld tot vier maanden gevangenisstraf voor subsidiaire zware mishandeling. De verdachte stelde in cassatie dat het Openbaar Ministerie niet-ontvankelijk verklaard had moeten worden omdat de officier van justitie voor de tweede maal een vordering tot inbewaringstelling had gedaan, terwijl de eerste vordering door de rechter-commissaris was afgewezen en het dossier niet was gewijzigd.
Het hof overwoog dat de vordering tot inbewaringstelling en de beslissing daarop in principe niet door het hof getoetst kunnen worden, tenzij er sprake is van een ernstige schending van de beginselen van een behoorlijke procesorde. Het enkele feit van een tweede vordering tot inbewaringstelling leidt volgens het hof niet tot een schending van deze beginselen. Bovendien was er geen sprake van ernstige inbreuken die het recht op een eerlijke behandeling van de verdachte zouden schenden.
De Hoge Raad bevestigt dat de klacht van de verdachte niet valt onder de in art. 359a Sv bedoelde vormverzuimen die niet meer kunnen worden hersteld en die tot niet-ontvankelijkheid kunnen leiden. Het hof heeft het verweer dan ook terecht verworpen. Het cassatieberoep wordt verworpen en de bestreden uitspraak blijft in stand.
Uitkomst: De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep en bevestigt het arrest van het hof.