ECLI:NL:HR:2002:AD9712
Hoge Raad
- Cassatie
- G.J. Zuurmond
- F.W.G.M. van Brunschot
- D.G. van Vliet
- P. Lourens
- C.B. Bavinck
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad schorst geding over terugwerkende kracht wetswijziging omzetbelasting en recht op aftrek
Belanghebbende, een woningbouwvereniging, had een recht van vruchtgebruik gevestigd op woningen tegen een vergoeding lager dan de kostprijs, waarbij zij omzetbelasting in rekening bracht en aftrok. Na een wetswijziging met terugwerkende kracht tot 31 maart 1995 werd deze handeling aangemerkt als vrijgestelde verhuur zonder recht op aftrek, wat leidde tot naheffingsaanslagen.
Het Hof vernietigde de uitspraak van de Inspecteur en handhaafde de aanslag verminderd tot het lagere bedrag. De Hoge Raad stelde prejudiciële vragen aan het Hof van Justitie over de verenigbaarheid van deze terugwerkende kracht met de Zesde richtlijn en het Europeesrechtelijke vertrouwens- en rechtszekerheidsbeginsel.
De Hoge Raad overwoog dat de bestaande rechtspraak onvoldoende aanknopingspunten biedt en dat het Hof van Justitie uitspraak moet doen over de vraag of de herziening van het recht op aftrek ongedaan gemaakt mag worden door een wetswijziging met terugwerkende kracht, zonder dat sprake is van fraude, misbruik of wijziging van voorgenomen gebruik.
De Hoge Raad houdt verdere beslissing aan en schorst het geding totdat het Hof van Justitie uitspraak heeft gedaan. Dit arrest is gewezen door de vice-president Zuurmond en raadsheren Van Brunschot, Van Vliet, Lourens en Bavinck.
Uitkomst: De Hoge Raad schorst het geding en verzoekt het Hof van Justitie om prejudiciële beslissing over de terugwerkende kracht van de wetswijziging omzetbelasting.