ECLI:NL:HR:2001:ZD2140
Hoge Raad
- Cassatie
- C.J.G. Bleichrodt
- F.H. Koster
- A.M.J. van Buchem-Spapens
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt gedeeltelijke toewijzing schadevergoeding na vrijspraak en voorwaardelijke straf
In deze strafzaak heeft het hof het vonnis van de politierechter vernietigd en de verdachte vrijgesproken van de primaire tenlastelegging. De verdachte werd echter veroordeeld tot een voorwaardelijke gevangenisstraf van drie maanden voor een subsidiaire tenlastelegging, met een proeftijd van een jaar. Tevens werd een verbeurdverklaring opgelegd.
De benadeelde partij had een schadevergoeding gevorderd voor de aan zijn auto toegebrachte schade. Deze vordering werd in eerste aanleg gedeeltelijk toegewezen, waarna de benadeelde partij in hoger beroep zich voegde met een hogere vordering. Het hof kende uiteindelijk een bedrag van 2750 gulden toe, waarbij het overige deel van de vordering niet-ontvankelijk werd verklaard.
De benadeelde partij stelde in cassatie een middel voor tegen de hoogte van de toegewezen schadevergoeding en het niet toewijzen van kosten van rechtsbijstand. De Hoge Raad oordeelde dat het hof terecht uitging van de vordering zoals die in eerste aanleg was verminderd en dat de kosten van rechtsbijstand niet in cassatie kunnen worden gevorderd.
Het cassatieberoep van de verdachte werd verworpen omdat geen middelen waren voorgesteld en de Hoge Raad geen aanleiding zag tot ambtshalve vernietiging. Hiermee blijft het arrest van het hof ongewijzigd in stand.
Uitkomst: Het cassatieberoep van de verdachte wordt verworpen en het arrest van het hof blijft in stand met vrijspraak en gedeeltelijke toewijzing van schadevergoeding.