ECLI:NL:HR:2001:ZD2493
Hoge Raad
- Cassatie
- W.J.M. Davids
- F.H. Koster
- J.P. Balkema
- A.J.A. van Dorst
- B.C. de Savornin Lohman
- Rechtspraak.nl
Vernietiging en terugwijzing wegens onjuiste vrijspraak bij niet-tijdige belastingaangifte
De zaak betreft een cassatieberoep tegen een vrijspraak door het Gerechtshof te Leeuwarden van een verdachte die werd verdacht van het niet of niet tijdig doen van een aangifte inkomstenbelasting over 1997, wat ertoe strekte dat te weinig belasting werd geheven.
De Hoge Raad oordeelt dat het hof bij zijn vrijspraak de grondslag van de tenlastelegging heeft verlaten door te oordelen dat de gedraging van de verdachte niet waarschijnlijk maakte dat te weinig belasting werd geheven, gebaseerd op een bestendige praktijk tussen verdachte en fiscus. Dit oordeel miskent de wettelijke eis dat het opzettelijk niet tijdig doen van aangifte naar haar aard geschikt moet zijn om te leiden tot te weinig belastingheffing.
Daarom vernietigt de Hoge Raad het arrest en wijst de zaak terug naar het hof voor hernieuwde berechting. Tevens wordt toegelicht dat de toepasselijkheid van de strafbepaling afhankelijk is van de datum van inwerkingtreding van de betreffende wetswijziging.
Uitkomst: Hoge Raad vernietigt vrijspraak wegens onjuiste motivering en wijst zaak terug voor nieuwe berechting.