ECLI:NL:HR:2002:AD8832
Hoge Raad
- Cassatie
- G.J. Zuurmond
- F.W.G.M. van Brunschot
- A. Hammerstein
- C.B. Bavinck
- J.C. van Oven
- Rechtspraak.nl
Beoordeling openbaar belang en enquêteverzoek bij beursgenoteerde vennootschap De Vries Robbé Groep N.V.
De zaak betreft een verzoek van de Advocaat-Generaal tot het gelasten van een onderzoek (enquête) naar het beleid en de gang van zaken van de beursgenoteerde naamloze vennootschap De Vries Robbé Groep N.V. in de periode april 1997 tot mei 2000. Dit verzoek werd door de Ondernemingskamer toegewezen, ondanks dat reeds een eerder onderzoek was gelast. BTG Holdings B.V., die betrokken was bij een transactie waarbij zij deelnemingen inbracht in de vennootschap, stelde zich tegen dit onderzoek en stelde dat de bevoegdheid van de Advocaat-Generaal beperkt is en dat het verzoek moest worden afgewezen.
De Hoge Raad oordeelde dat de bevoegdheid van de Advocaat-Generaal om om redenen van openbaar belang een enquête te vorderen niet beperkt is tot situaties waarin nog geen onderzoek is gelast. Het is aan de Ondernemingskamer om te beoordelen of het verzoek gegrond is, ook als reeds een onderzoek loopt. Tevens werd geoordeeld dat de Ondernemingskamer terecht heeft overwogen dat het belang van kleine aandeelhouders en het toezicht op rechtmatige gang van zaken bij beursvennootschappen redenen van openbaar belang kunnen vormen.
Het cassatieberoep van BTG werd verworpen. De Hoge Raad bevestigde dat de Ondernemingskamer voldoende gemotiveerd heeft geoordeeld dat sprake is van openbaar belang, mede vanwege de vermeende misleiding van het beleggend publiek door onjuiste financiële verslaggeving. De Hoge Raad veroordeelde BTG in de kosten van het geding.
Uitkomst: Het cassatieberoep van BTG Holdings B.V. wordt verworpen en het onderzoek naar De Vries Robbé Groep N.V. wordt gehandhaafd.