ECLI:NL:PHR:2005:AU2465
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Beoordeling ontvankelijkheid en toewijsbaarheid enquêteverzoek inzake preferente aandelen Unilever
Deze zaak betreft een geschil tussen aandeelhouders en de beursgenoteerde vennootschap Unilever N.V. over de uitgifte en de voorgenomen conversie van cumulatief preferente aandelen in gewone aandelen. De aandeelhouders verzochten de Ondernemingskamer om een enquête te gelasten naar het beleid en de gang van zaken rond deze preferente aandelen, mede vanwege onduidelijkheden en vermeende misleiding over de waardering en conversievoorwaarden.
De Ondernemingskamer gelastte een onderzoek, waarbij zij oordeelde dat het vermogensrechtelijke conflict ook de positie van de vennootschap en het functioneren van haar organen raakt, zodat ontvankelijkheid in het enquêteverzoek bestond. Unilever stelde cassatie in tegen deze beslissing.
De Hoge Raad bevestigde dat een enquêteverzoek ontvankelijk kan zijn indien het verzoek betrekking heeft op de redelijkheid en billijkheid binnen de rechtspersoon, ook al betreft het een vermogensrechtelijk geschil. Verder oordeelde de Hoge Raad dat het negeren van gerechtvaardigde verwachtingen van aandeelhouders door de vennootschap, indien dit ernstig onzorgvuldig is, kan leiden tot schending van elementaire beginselen van verantwoord ondernemerschap, wat een onderzoek rechtvaardigt. De belangenafweging door de Ondernemingskamer werd als begrijpelijk en voldoende gemotiveerd beschouwd.
De Hoge Raad verwierp de klachten van Unilever en bevestigde het gelasten van het enquêteonderzoek naar het beleid rond de preferente aandelen, waarmee de procedure een belangrijke bijdrage levert aan de ontwikkeling van het enquêterecht en de bescherming van aandeelhoudersbelangen binnen beursgenoteerde vennootschappen.
Uitkomst: De Hoge Raad bevestigt ontvankelijkheid en toewijzing van het enquêteverzoek en gelast onderzoek naar het beleid rond de preferente aandelen van Unilever.