ECLI:NL:HR:2002:AE0632
Hoge Raad
- Cassatie
- R. Herrmann
- A.E.M. van der Putt-Lauwers
- J.B. Fleers
- A. Hammerstein
- P.C. Kop
- Rechtspraak.nl
Toepasselijkheid Nederlands recht op arbeidsovereenkomst met rechtskeuze Schots recht voor offshore stewardess
Universal exploiteert een cateringbedrijf en had een arbeidsovereenkomst gesloten met [verweerster], een stewardess, waarin was gekozen voor Schots recht. [Verweerster] werkte voornamelijk op Nederlandse offshore-installaties. Zij vorderde achterstallig loon en vakantiebijslag bij Universal.
De Kantonrechter oordeelde dat artikel 6 lid 2 EVO Pro bepaalt dat de rechtskeuze voor Schots recht niet kan leiden tot verlies van bescherming door dwingendrechtelijke Nederlandse bepalingen, omdat [verweerster] haar arbeid gewoonlijk in Nederland verrichtte. De Rechtbank bevestigde dit oordeel.
Universal stelde in cassatie dat het EVO niet van toepassing was op de arbeidsovereenkomst, omdat deze was gesloten vóór inwerkingtreding van het EVO in Nederland. De Hoge Raad verwierp dit beroep omdat het niet in hoger beroep was aangevoerd.
Verder oordeelde de Hoge Raad dat de arbeid op het Nederlandse continentaal plat en op booreilanden aan wal in Nederland gelijkgesteld mag worden met arbeid in Nederland, mede op grond van de Wet arbeid mijnbouw Noordzee als hulpregel. Universal werd veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: De Hoge Raad verwierp het cassatieberoep en bevestigde de toepasselijkheid van Nederlands recht op de arbeidsovereenkomst.