ECLI:NL:HR:2002:AE1424
Hoge Raad
- Cassatie
- G.J. Zuurmond
- F.W.G.M. van Brunschot
- D.G. van Vliet
- P. Lourens
- C.B. Bavinck
- Rechtspraak.nl
Beoordeling accijnsrechtelijke naheffingsaanslag en uitleg Europese richtlijn
In deze zaak stond het beroep van G. van de Water tegen een naheffingsaanslag accijns centraal. De zaak betrof de uitleg van artikel 2f van de Nederlandse Wet op de accijns in samenhang met artikel 6 van Pro richtlijn 92/12/EEG.
Eerder had het Hof van Justitie van de Europese Gemeenschappen in april 2001 geoordeeld dat het enkele voorhanden hebben van een accijnsproduct waarvoor nog geen accijns is voldaan, moet worden beschouwd als uitslag in de zin van de richtlijn. De Hoge Raad heeft deze prejudiciële beslissing overgenomen en geoordeeld dat de Nederlandse regeling hiermee in overeenstemming is.
De Hoge Raad heeft het cassatieberoep van eiser verworpen en bevestigd dat het voorhanden hebben van accijnsgoederen zonder betaling van accijns terecht als uitslag wordt aangemerkt. Tevens heeft de Hoge Raad geen aanleiding gezien om proceskosten toe te wijzen. Het arrest is op 12 april 2002 in het openbaar uitgesproken.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en de naheffingsaanslag accijns blijft in stand.