ECLI:NL:PHR:2003:AF0417
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt accijnsverplichting bij illegaal voorhanden hebben van accijnsgoederen na diefstal
X B.V., houder van een vergunning voor een accijnsgoederenplaats, maakte bezwaar tegen naheffingsaanslagen in de accijns en omzetbelasting na diefstal van tabaksproducten uit haar accijnsgoederenplaats. De Inspecteur wees het bezwaar af, maar het Hof vernietigde de naheffingsaanslag omzetbelasting en handhaafde de accijnsnaheffing met kwijtschelding van de verhoging. X B.V. stelde beroep in cassatie in tegen het arrest van het Hof.
De kern van het geschil betrof de vraag of de diefstal van accijnsgoederen kan worden aangemerkt als verlies in de zin van de Wet op de accijns en de Europese horizontale richtlijn, waardoor de vergunninghouder niet langer accijns verschuldigd zou zijn. De Procureur-Generaal stelde dat diefstal niet als verlies geldt, maar als een uitslag tot verbruik, waardoor accijns verschuldigd blijft. Tevens werd besproken dat meerdere belastingplichtigen kunnen worden aangeslagen voor dezelfde accijnsgoederen.
De Hoge Raad concludeerde dat het enkele voorhanden hebben van accijnsgoederen die niet overeenkomstig de wet in de heffing zijn betrokken, accijnsverplichting veroorzaakt. Diefstal leidt niet tot verlies in accijnsrechtelijke zin. Ook werd bevestigd dat de accijns kan worden geheven van meerdere belastingplichtigen zonder rangorde. Het beroep werd ongegrond verklaard, waarmee de naheffingsaanslagen in stand bleven.
Uitkomst: Het beroep van X B.V. wordt ongegrond verklaard en de naheffingsaanslagen blijven in stand.