ECLI:NL:PHR:2003:AF0332
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt naheffingsaanslagen accijns en omzetbelasting bij illegaal voorhanden hebben accijnsgoederen
Belanghebbende was als matroos werkzaam op een binnenschip en bestelde accijnsgoederen bij een scheepsprovianderingsbedrijf, die deze goederen aan boord leverde. De Inspecteur legde naheffingsaanslagen accijns en omzetbelasting op omdat de accijns niet was voldaan. Belanghebbende maakte bezwaar, dat werd afgewezen. Het Hof vernietigde de aanslagen, stellende dat de accijnsgoederen wel in de heffing waren betrokken.
De Staatssecretaris van Financiën stelde beroep in cassatie in tegen het arrest van het Hof. De Procureur-Generaal concludeerde dat belanghebbende niet voldeed aan de voorwaarden voor vrijstelling van accijns omdat hij niet de eigenaar of gemachtigde van het schip was. Het scheepsprovianderingsbedrijf had de accijns niet voldaan en de accijnsgoederen waren illegaal voorhanden bij belanghebbende.
De Hoge Raad overwoog dat het enkele voorhanden hebben van accijnsgoederen die niet overeenkomstig de wet in de heffing zijn betrokken, als uitslag tot verbruik wordt aangemerkt. Hierdoor is accijns verschuldigd en kan deze aan meerdere belastingplichtigen worden opgelegd. Ook de naheffing van omzetbelasting was terecht omdat sprake was van een levering van tabaksproducten. Het beroep van belanghebbende werd gegrond verklaard, het arrest van het Hof vernietigd en de uitspraak van de Inspecteur bevestigd.
Uitkomst: De Hoge Raad bevestigt de naheffingsaanslagen accijns en omzetbelasting en vernietigt het arrest van het Hof.