ECLI:NL:HR:2002:AE2143
Hoge Raad
- Cassatie
- R. Herrmann
- A.E.M. van der Putt-Lauwers
- H.A.M. Aaftink
- D.H. Beukenhorst
- A. Hammerstein
- Rechtspraak.nl
Beoordeling bestemmingsheffing voor collectieve reclame als steunmaatregel onder EG-Verdrag
Pearle c.s., ondernemingen in de optiekbranche, vorderden nietigverklaring van bestemmingsheffingen opgelegd door het Hoofdbedrijfschap Ambachten (HBA) ten behoeve van collectieve reclamecampagnes. De Rechtbank oordeelde dat deze heffingen een steunmaatregel vormden onder art. 92 lid 1 EG Pro-Verdrag en dat deze nietig waren wegens niet-aanmelding bij de Europese Commissie volgens art. 93 lid Pro 3. Het Hof vernietigde dit oordeel en beschouwde de regeling als een 'sigaar uit eigen doos', omdat de kosten van de reclamecampagnes werden gedragen door de branche zelf en het nut gelijkelijk werd verdeeld.
De Hoge Raad stelde vast dat het Hof onvoldoende rekening hield met de rechtspraak van het HvJEG over parafiscale heffingen en het begrip steunmaatregel. Daarom legde de Hoge Raad prejudiciële vragen voor aan het HvJEG over de uitleg van art. 92 en Pro 93 EG-Verdrag, met name over de aanmeldingsplicht, de betekenis van het economisch voordeel, en de gevolgen van niet-aanmelding. Tevens werd aandacht gevraagd voor de formele rechtskracht van bestuursrechtelijke besluiten en de onmogelijkheid om het voordeel in natura terug te vorderen.
De Hoge Raad hield de procedure aan en schortte het geding op totdat het HvJEG uitspraak zou doen. Hiermee werd duidelijk dat de juridische beoordeling van de bestemmingsheffing als steunmaatregel en de gevolgen daarvan voor de betaalde bedragen afhangen van de interpretatie van het Europese recht door het HvJEG.
Uitkomst: De Hoge Raad legt prejudiciële vragen voor aan het HvJEG en schorst de procedure totdat uitspraak is gedaan.