ECLI:NL:CRVB:2001:AB2690
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- W. van den Brink
- G.P.A.M. Garvelink-Jonkers
- K. Zeilemaker
- Rechtspraak.nl
Geen strijd met gelijkheidswetgeving bij ontbreken compensatieregeling zwangerschaps- en vakantieverlof in onderwijs
In deze zaak heeft een onderwijspersoneelmedewerker verzocht om vakantieverlof aansluitend aan haar zwangerschaps- en bevallingsverlof te mogen opnemen, omdat het verlof samenviel met de schoolvakantie. Het verzoek werd afgewezen en na bezwaar gehandhaafd. De rechtbank oordeelde dat het ontbreken van een compensatieregeling in het Rechtspositiebesluit onderwijspersoneel (RpbO) leidt tot directe discriminatie op grond van geslacht en vernietigde het besluit.
De Centrale Raad van Beroep heeft dit oordeel heroverwogen en geoordeeld dat het RpbO voorziet in een specifieke vakantieregeling die inhoudt dat vakantieverlof wordt genoten tijdens schoolvakanties, zonder recht op een gegarandeerd aantal vakantiedagen of compensatie buiten deze periodes. De Raad acht het ontbreken van een compensatieregeling geen verlies van rechten, maar het ontbreken van een voordeel, wat niet gelijkstaat aan verboden discriminatie.
Verder oordeelde de Raad dat de richtlijnen 76/207/EEG en 92/85/EEG, evenals de Algemene wet gelijke behandeling, niet vereisen dat zwangere vrouwen extra rechten krijgen in de vorm van compensatie voor samenloop van verlof. De bijzondere regeling in het onderwijs is niet in strijd met deze wet- en regelgeving. Het hoger beroep van de gemeente werd gegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank vernietigd.
Uitkomst: Het ontbreken van een compensatieregeling bij samenloop van zwangerschaps- en vakantieverlof in het onderwijs is niet in strijd met nationale en Europese gelijkheidswetgeving.