ECLI:NL:HR:2002:AE2184
Hoge Raad
- Cassatie
- R. Herrmann
- J.B. Fleers
- D.H. Beukenhorst
- A. Hammerstein
- P.C. Kop
- Rechtspraak.nl
Vakantieverlof en zwangerschapsverlof van lerares in het basisonderwijs
De zaak betreft een lerares in het basisonderwijs die tijdens haar zwangerschaps- en bevallingsverlof zes weken schoolvakantie had. Zij vorderde dat deze vakantiedagen niet als genoten vakantieverlof zouden worden aangemerkt en dat zij deze buiten de schoolvakanties mocht opnemen. De Stichting, haar werkgever, wees dit af. De Kantonrechter wees de vordering af, maar de Rechtbank stelde de lerares in het gelijk en oordeelde dat de vakantiedagen die samenvallen met het zwangerschapsverlof niet als vakantie mogen worden beschouwd.
De Stichting stelde beroep in cassatie in tegen dit vonnis. De Hoge Raad oordeelde dat de dwingendrechtelijke bepalingen van het Burgerlijk Wetboek (titel 7.10 BW) ook voor leraren in het basisonderwijs gelden en dat de dagen van zwangerschapsverlof niet zonder instemming als vakantie mogen worden aangemerkt. Tevens werd vastgesteld dat het Rechtspositiebesluit Onderwijspersoneel (RpbO) niet de omvang van de vakantieaanspraak bepaalt, maar slechts regelt dat vakantie wordt genoten tijdens schoolvakanties.
De Hoge Raad vernietigde het vonnis van de Rechtbank en verwees de zaak naar het Hof Amsterdam voor verdere behandeling, met name om te onderzoeken of er sprake is van een verboden onderscheid in arbeidsvoorwaarden tussen mannelijke en vrouwelijke leraren door het ontbreken van compensatie voor samenvallend zwangerschapsverlof en schoolvakanties.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt het vonnis en verwijst de zaak naar het Hof Amsterdam voor nader onderzoek naar mogelijk verboden onderscheid in arbeidsvoorwaarden.