ECLI:NL:PHR:2007:AZ3084
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Arbeidsrechtelijke zaak over verboden onderscheid bij zwangerschapsverlof en schoolvakantie
De zaak betreft een lerares die tijdens haar zwangerschaps- en bevallingsverlof gedeeltelijk samenviel met schoolvakanties en compensatie vorderde voor de niet genoten vakantiedagen. De Stichting weigerde deze compensatie, stellende dat de lerares het wettelijk minimumvakantieverlof had kunnen opnemen. De kantonrechter en rechtbank wezen de vordering toe, maar het hof vernietigde deze uitspraken en wees de vordering af.
De Hoge Raad vernietigt het arrest van het hof omdat het hof de grenzen van de rechtsstrijd verkeerd heeft getrokken en onvoldoende heeft onderzocht of sprake is van verboden onderscheid in arbeidsvoorwaarden tussen mannen en vrouwen. De Hoge Raad benadrukt dat het hof had moeten beoordelen of het ontbreken van compensatie voor de samenloop van zwangerschapsverlof en schoolvakantie een ongelijke behandeling oplevert, ook als het wettelijk minimumvakantieverlof is opgenomen.
Daarnaast oordeelt de Hoge Raad dat het hof onbegrijpelijk heeft geoordeeld over de urenberekening van de lerares, met name over de vraag of de 50% opslag voor voorbereiding en nazorg correct in mindering was gebracht. De zaak wordt terugverwezen naar een ander gerechtshof voor een nieuwe beoordeling van de compensatievraag en de urenberekening.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt het arrest van het hof en verwijst de zaak terug voor nader onderzoek naar verboden onderscheid en correcte urenberekening.