ECLI:NL:HR:2002:AE3540
Hoge Raad
- Cassatie
- C.J.G. Bleichrodt
- A.M.J. van Buchem-Spapens
- J.P. Balkema
- A.J.A. van Dorst
- B.C. de Savornin Lohman
- Rechtspraak.nl
Verwerping cassatieberoep tegen afwijzing beklag teruggave beslag op geldbedrag
In deze zaak stond het beroep in cassatie centraal tegen een beschikking van de Arrondissementsrechtbank te 's-Hertogenbosch waarin het beklag van klaagster tot teruggave van een inbeslaggenomen geldbedrag werd afgewezen. De rechtbank had geoordeeld dat onvoldoende was komen vast te staan dat het geld aan klaagster toebehoorde, zodat teruggave niet mogelijk was.
Klaagster stelde dat de rechtbank ten onrechte geen nader onderzoek had verricht naar het belang van de strafvordering bij het voortduren van het beslag en dat de beslagene niet was gehoord. De Hoge Raad overwoog dat de rechtbank de juiste maatstaf had toegepast door te toetsen of buiten redelijke twijfel vaststond dat klaagster eigenaar was van het geld. Het verzuim om de beslagene te horen kon klaagster niet baten, omdat zij daardoor geen belang had en de positie van de beslagene niet was geschaad.
De Hoge Raad concludeerde dat geen cassatiegronden aanwezig waren die tot vernietiging konden leiden en verwierp het beroep. Hiermee bleef de beschikking van de rechtbank in stand dat het beklag ongegrond was verklaard en het beslag op het geldbedrag niet werd opgeheven.
Uitkomst: De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep en bevestigt de afwijzing van het beklag tot teruggave van het inbeslaggenomen geldbedrag.