ECLI:NL:PHR:2005:AT8049
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Vernietiging en terugwijzing wegens onjuiste maatstaf bij conservatoir beslag op personenauto
In deze zaak betreft het een conservatoir beslag op een personenauto die onder klager was gelegd, maar die feitelijk werd gebruikt door zijn neef, verdachte, die verdacht wordt van medeplegen van invoer van cocaïne en deelname aan een criminele organisatie. Klager had een klaagschrift ingediend tegen het beslag, maar de rechtbank verklaarde dit ongegrond.
De Hoge Raad oordeelt dat het niet nodig is dat uit het proces-verbaal of beschikking blijkt dat andere belanghebbenden, zoals verdachte, in kennis zijn gesteld van het klaagschrift, zolang dit uit het dossier kan worden afgeleid. Hoewel verdachte niet was gehoord, was klager niet in een rechtens te respecteren belang geschaad.
De rechtbank had de maatstaf onjuist toegepast door te oordelen dat klager slechts 'mogelijk' kon vermoeden dat de auto van misdrijf afkomstig was, terwijl de wet vereist dat klager wist of redelijkerwijs kon vermoeden dat dit het geval was. De Hoge Raad vernietigt daarom de beschikking en wijst de zaak terug naar de rechtbank voor een nieuwe beoordeling met de juiste maatstaf.
De feiten wijzen erop dat verdachte beschikte over contant geld en dat de auto mogelijk met misdrijfsgelden was betaald. De rechtbank had onvoldoende gemotiveerd of klager daadwerkelijk aan het wettelijke criterium voldeed. De Hoge Raad benadrukt het belang van een juiste en voldoende motivering bij de beoordeling van het beslag.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt de beschikking en wijst de zaak terug voor hernieuwde beoordeling met de juiste maatstaf.