ECLI:NL:HR:2002:AE5157
Hoge Raad
- Cassatie
- G.G. van Erp Taalman Kip-Nieuwenkamp
- A.E.M. van der Putt-Lauwers
- J.B. Fleers
- A. Hammerstein
- P.C. Kop
- Rechtspraak.nl
Arbeidsongeschiktheidsverzekering en faillissement: uitleg polis en arbeidsongeschiktheid na faillissement
De zaak betreft een arbeidsongeschiktheidsverzekering die Aegon sloot met de verzekerde, een autospuiter, waarbij na een faillissement de vraag rijst of de arbeidsongeschiktheid nog onder de polis valt. De verzekerde stelde dat hij recht had op uitkeringen wegens arbeidsongeschiktheid, terwijl Aegon dit betwistte met het argument dat het faillissement een tussenkomende oorzaak was waardoor de verzekerde zijn beroep niet meer zelfstandig kon uitoefenen.
De rechtbank wees de vordering van de verzekerde toe, en het hof bevestigde dit oordeel. Het hof oordeelde dat de arbeidsongeschiktheid ook na het faillissement bestond in de zin van de polis, omdat de verzekerde door medische oorzaken niet in staat was de werkzaamheden verbonden aan zijn beroep uit te voeren, ongeacht het faillissement. De uitleg van de polisvoorwaarden werd daarbij centraal gesteld, waarbij het hof een bredere interpretatie gaf aan het begrip "beroep" dan Aegon voorstond.
In cassatie stelde Aegon onder meer dat het faillissement de arbeidsongeschiktheid zou overtreffen (überholende Kausalität) en dat de verzekerde zijn beroep niet meer als zelfstandig ondernemer kon uitoefenen. De Hoge Raad verwierp deze klachten en bevestigde dat het hof de polisvoorwaarden juist heeft uitgelegd en dat het faillissement niet als oorzaak van het niet kunnen uitoefenen van het beroep kan worden aangemerkt. Het beroep van Aegon werd verworpen en zij werd veroordeeld in de kosten van het geding.
Uitkomst: De Hoge Raad verwierp het beroep van Aegon en bevestigde dat de arbeidsongeschiktheid ook na faillissement onder de polis valt.