ECLI:NL:HR:2002:AE6330

Hoge Raad

Datum uitspraak
9 augustus 2002
Publicatiedatum
4 april 2013
Zaaknummer
C00/340HR
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Cassatie
Rechters
  • R. Herrmann
  • J.B. Fleers
  • H.A.M. Aaftink
  • D.H. Beukenhorst
  • O. de Savornin Lohman
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 RO
Verwijzingen
2 uitgaand · 3 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad verwerpt cassatieberoep in civiele zaak over vordering betaling

In deze civiele procedure vorderde verweerster betaling van een bedrag van ƒ 119.375,-- van eiseres, vermeerderd met wettelijke rente. Eiseres bestreed deze vordering. De rechtbank Breda beval een deskundigenonderzoek en een comparitie van partijen.

Het Gerechtshof 's-Hertogenbosch bekrachtigde het tussenvonnis van de rechtbank en verwees de zaak terug naar de rechtbank voor verdere behandeling. Eiseres stelde hiertegen beroep in cassatie in bij de Hoge Raad.

De Hoge Raad oordeelde dat de aangevoerde klachten niet tot cassatie konden leiden en wees het beroep af zonder nadere motivering, aangezien geen rechtsvragen van belang voor rechtseenheid of rechtsontwikkeling aan de orde waren.

Eiseres werd veroordeeld in de kosten van het cassatiegeding. Het arrest bevestigt daarmee de eerdere beslissingen en laat de procedure voor verdere behandeling bij de rechtbank ongewijzigd.

Uitkomst: Het cassatieberoep van eiseres wordt verworpen en de zaak wordt terugverwezen naar de rechtbank.

Uitspraak

9 augustus 2002
Eerste Kamer
Nr. C00/340HR
JMH
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
in de zaak van:
[Eiseres], gevestigd te [vestigingsplaats],
EISERES tot cassatie,
advocaat: mr. A.G. Castermans,
t e g e n
[Verweerster], gevestigd te [vestigingsplaats],
VERWEERSTER in cassatie,
advocaat: mr. E. Grabandt.
1. Het geding in feitelijke instanties
Verweerster in cassatie - verder te noemen: [verweerster] - heeft bij exploit van 14 augustus 1997 eiseres tot cassatie - verder te noemen: [eiseres] - gedagvaard voor de Rechtbank te Breda en gevorderd bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad, [eiseres] te veroordelen om aan [verweerster] te betalen een bedrag van ƒ 119.375,--, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 25 februari 1997 tot aan de dag der algehele voldoening.
[Eiseres] heeft de vordering bestreden.
De Rechtbank heeft bij tussenvonnis van 16 december 1997 een comparitie van partijen gelast en bij tussenvonnis van 28 juli 1998 een deskundigenonderzoek bevolen en daartoe een aantal vragen geformuleerd.
Tegen laatstvermeld tussenvonnis heeft [eiseres] hoger beroep ingesteld bij het Gerechtshof te 's-Hertogenbosch.
Bij arrest van 27 juni 2000 heeft het Hof het vonnis van de Rechtbank te Breda van 28 juli 1998 bekrachtigd en de zaak naar voormelde Rechtbank verwezen ter verdere behandeling en afdoening.
Het arrest van het Hof is aan dit arrest gehecht.
2. Het geding in cassatie
Tegen het arrest van het Hof heeft [eiseres] beroep in cassatie ingesteld. De cassatiedagvaarding is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
[Verweerster] heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
De zaak is voor partijen toegelicht door hun advocaten.
De conclusie van de Procureur-Generaal strekt tot verwerping van het beroep.
3. Beoordeling van het middel
De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien art. 81 RO Pro, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
4. Beslissing
De Hoge Raad:
verwerpt het beroep;
veroordeelt [eiseres] in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van [verweerster] begroot op € 1.478,05 aan verschotten en € 1.365,-- voor salaris.
Dit arrest is gewezen door de vice-president R. Herrmann als voorzitter en de raadsheren J.B. Fleers, H.A.M. Aaftink, D.H. Beukenhorst en O. de Savornin Lohman, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer O. de Savornin Lohman op 9 augustus 2002.