ECLI:NL:RBARN:2004:AR4433
Rechtbank Arnhem
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Veroordeling werkgever voor overtreding Arbeidstijdenbesluit vervoer inzake rusttijden bestuurders
De rechtbank Arnhem heeft op 25 oktober 2004 uitspraak gedaan in een zaak tegen een werkgever die werd beschuldigd van het niet naleven van de rusttijden zoals voorgeschreven in artikel 8 van Pro Verordening (EEG) nr. 3820/85, in combinatie met het Arbeidstijdenbesluit vervoer. Diverse bestuurders van voertuigen onder de verantwoordelijkheid van de werkgever hadden in meerdere perioden in 2001 niet de vereiste dagelijkse rusttijd genoten, waarbij de langste aaneengesloten rusttijd telkens minder dan 9 uur bedroeg.
De verdediging voerde aan dat de dagvaarding nietig was vanwege onvoldoende plaatsaanduiding en dat de aansprakelijkheidsregeling in het Arbeidstijdenbesluit niet verbindend zou zijn, verwijzend naar eerdere uitspraken van andere rechtbanken en gerechtshoven. De rechtbank verwierp deze verweren en oordeelde dat de regeling wel degelijk verbindend is, mede gelet op de jurisprudentie van de Hoge Raad en de wetswijzigingen die de strafrechtelijke handhaving van deze normen verduidelijken.
De rechtbank achtte wettig en overtuigend bewezen dat de werkgever verantwoordelijk was voor de overtredingen en veroordeelde hem tot meerdere geldboetes, deels voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaar. Bij de strafoplegging werd rekening gehouden met de ernst van de feiten, de risico's voor de verkeersveiligheid en de ouderdom van de feiten. De uitspraak bevestigt de strafrechtelijke aansprakelijkheid van werkgevers voor het niet naleven van arbeids- en rusttijden door hun werknemers in het wegvervoer.
Uitkomst: Verdachte is veroordeeld tot meerdere geldboetes, deels voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaar, wegens overtreding van het Arbeidstijdenbesluit vervoer.