Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:HR:2002:AE9245

Hoge Raad

Datum uitspraak
22 november 2002
Publicatiedatum
4 april 2013
Zaaknummer
R02/009HR
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Cassatie
Rechters
  • J.B. Fleers
  • A.G. Pos
  • P.C. Kop
  • A. Hammerstein
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 22 Wet politieregistersArt. 23 Wet politieregistersArt. 278 Wetboek van Burgerlijke RechtsvorderingArt. 249d Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad vernietigt niet-ontvankelijkverklaring verzoeker inzake verbetering politieregisters

Verzoeker diende bij de Korpsbeheerder een verzoek in tot verbetering, aanvulling en verwijdering van persoonsgegevens in de politieregisters, gebaseerd op de Wet politieregisters. Dit verzoek werd door de Korpsbeheerder afgewezen. Vervolgens stelde verzoeker een schriftelijk verzoek in bij de rechtbank, die hem niet-ontvankelijk verklaarde voor het deel betreffende een aanrijding te Westervoort en het overige verzoek afwees.

Verzoeker ging in hoger beroep bij het Gerechtshof Arnhem, dat hem eveneens niet-ontvankelijk verklaarde omdat het beroepschrift niet door een procureur was ingediend. De Hoge Raad oordeelde dat op verzoekschriftprocedures als deze de procureurstellingsplicht niet van toepassing is, zoals bepaald in artikel 23 lid 6 van Pro de Wet politieregisters in samenhang met artikel 278 lid 3 van Pro het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering.

Daarom vernietigde de Hoge Raad het arrest van het hof en verwees de zaak terug voor verdere behandeling en beslissing. De Korpsbeheerder heeft geen verweerschrift ingediend. De uitspraak benadrukt de bijzondere procedurele regels bij verzoeken tot verbetering van persoonsgegevens in politieregisters.

Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt de niet-ontvankelijkverklaring van verzoeker en verwijst de zaak terug naar het hof voor verdere behandeling.

Uitspraak

22 november 2002
Eerste Kamer
Rek.nr. R02/009HR
JMH
Hoge Raad der Nederlanden
Beschikking
in de zaak van:
[Verzoeker], wonende te [woonplaats],
VERZOEKER tot cassatie,
advocaat: mr. J. Biemond,
t e g e n
De KORPSBEHEERDER van de POLITIE NOORD- EN OOST GELDERLAND, gevestigd te Apeldoorn,
VERWEERDER in cassatie,
niet verschenen.
1. Het geding in feitelijke instanties
Met een op 30 juli 2001 ter griffie van de Rechtbank te Zutphen ingekomen verzoekschrift heeft verzoeker tot cassatie - verder te noemen: [verzoeker] - zich gewend tot die Rechtbank en verbetering, aanvulling en verwijdering van persoonsgegevens in de Politieregisters van de politie verzocht.
Verweerder in cassatie - verder te noemen: de Korpsbeheerder - heeft het verzoek bestreden.
De Rechtbank heeft bij beschikking van 27 september 2001 [verzoeker] niet-ontvankelijk verklaard in zijn verzoek tot verbetering, aanvulling en verwijdering van persoonsgegevens in verband met de aanrijding in Westervoort en het verzoek voor het overige en meerdere afgewezen.
Tegen deze beschikking heeft [verzoeker] hoger beroep ingesteld bij het Gerechtshof te Arnhem.
Bij beschikking van 20 november 2001 heeft het Hof [verzoeker] niet-ontvankelijk in zijn verzoek in hoger beroep verklaard.
De beschikking van het Hof is aan deze beschikking gehecht.
2. Het geding in cassatie
Tegen de beschikking van het Hof heeft [verzoeker] beroep in cassatie ingesteld. Het cassatierekest is aan deze beschikking gehecht en maakt daarvan deel uit.
De Korpsbeheerder heeft geen verweerschrift ingediend.
De conclusie van de Advocaat-Generaal C.L. de Vries Lentsch-Kostense strekt tot vernietiging en verwijzing ter verdere behandeling en beslissing.
3. Beoordeling van het middel
3.1 Deze zaak betreft een door [verzoeker] bij de Korpsbeheerder ingediend verzoek, strekkende tot verbetering, aanvulling en verwijdering van persoonsgegevens, als bedoeld in art. 22 van Pro de Wet politieregisters.
3.2 Nadat de Korpsbeheerder dit verzoek had afgewezen en [verzoeker] daartegen op de voet van art. 23 van Pro die wet een schriftelijk verzoek bij de Rechtbank had ingediend, heeft de Rechtbank bij haar hiervoor onder 1 vermelde beschikking [verzoeker] in zijn verzoek - voorzover dit betrekking had op persoonsgegevens betreffende de aanrijding te Westervoort - niet-ontvankelijk verklaard, en het verzoek voor het overige en meerdere afgewezen.
3.3 In het hiertegen door [verzoeker] ingestelde hoger beroep heeft het Hof bij zijn hiervoor onder 1 vermelde beschikking [verzoeker] niet-ontvankelijk verklaard omdat het beroepschrift niet door een procureur was ingediend.
3.4 Het middel klaagt hierover terecht. Uit art. 23 lid 6 van Pro de Wet politieregisters blijkt immers dat op een verzoekschriftprocedure als de onderhavige zowel in eerste aanleg als in hoger beroep de twaalfde titel van het Eerste Boek van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (oud, thans: titel 3 Boek 1 Rv.) van toepassing is, maar dat bij een en ander een uitzondering geldt voor de verplichting tot procureurstelling, neergelegd in art. 429d lid 3 (oud) Rv. (thans art. 278 lid 3 Rv Pro.).
4. Beslissing
De Hoge Raad:
vernietigt de beschikking van het Gerechtshof te Arnhem van 20 november 2001;
verwijst het geding naar dat Hof ter verdere behandeling en beslissing.
Deze beschikking is gegeven door de raadsheren J.B. Fleers, als voorzitter, A.G. Pos en P.C. Kop, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer A. Hammerstein op 22 november 2002.