ECLI:NL:HR:2002:AE9380
Hoge Raad
- Cassatie
- R. Herrmann
- A.E.M. van der Putt-Lauwers
- H.A.M. Aaftink
- D.H. Beukenhorst
- P.C. Kop
- Rechtspraak.nl
Beoordeling opzegbaarheid meerijregeling in werkgelegenheidsplan Pacros
FNV vorderde nakoming van artikel 11B van het werkgelegenheidsplan Pacros en betaling van een kilometervergoeding aan ex-Pacros medewerkers van Recticel. Het werkgelegenheidsplan, afgesloten in 1995, gold oorspronkelijk tot eind 1996 met enkele regelingen die mogelijk daarna van toepassing bleven. De meerijregeling, onderdeel van het plan, voorzag in een kilometervergoeding en werd uitgevoerd via individuele meerijovereenkomsten voor onbepaalde tijd met een opzegtermijn van één maand.
De Kantonrechter wees de vorderingen van FNV af, maar de Rechtbank Arnhem vernietigde dit vonnis deels en veroordeelde Recticel tot betaling van de kilometervergoeding over mei 1999 wegens onjuiste opzegging. De Rechtbank oordeelde dat de regeling in artikel 11B van het werkgelegenheidsplan na drie jaar kon worden opgezegd, mede gelet op het overgangskarakter van het plan.
De Hoge Raad bevestigde dit oordeel en verwierp het cassatieberoep van FNV. De Hoge Raad stelde vast dat het werkgelegenheidsplan een tijdelijke regeling is en dat de meerijovereenkomsten een opzeggingsmogelijkheid bevatten die Recticel rechtsgeldig heeft benut. De Hoge Raad benadrukte het onderscheid tussen het werkgelegenheidsplan en de individuele meerijovereenkomsten en oordeelde dat het plan niet onherroepelijk een kilometervergoeding voor onbepaalde tijd garandeert.
Uitkomst: De Hoge Raad verwierp het cassatieberoep en bevestigde dat Recticel de meerijovereenkomsten na drie jaar rechtsgeldig mocht opzeggen.