ECLI:NL:HR:2003:AE9038
Hoge Raad
- Cassatie
- W.J.M. Davids
- F.H. Koster
- J.P. Balkema
- A.J.A. van Dorst
- B.C. de Savornin Lohman
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt strafrechtelijke veroordeling ondanks zoekraken van bewijsharen en onrechtmatig opgenomen telefoongesprekken
De zaak betreft een strafrechtelijke procedure tegen verdachte, die door het Hof Amsterdam is veroordeeld tot tien jaar gevangenisstraf voor doodslag, na vernietiging van een eerdere uitspraak van de rechtbank. De verdachte stelde in hoger beroep onder meer dat bandopnamen van telefoongesprekken, die door buren via een babyfoon waren opgenomen zonder medeweten van de verdachte, onrechtmatig verkregen bewijs zijn en uitgesloten moeten worden.
De Hoge Raad oordeelt dat hoewel deze opnamen onrechtmatig zijn verkregen, dit niet leidt tot bewijsuitsluiting omdat noch opsporingsambtenaren, noch het Openbaar Ministerie hierbij betrokken waren en het recht op een eerlijk proces niet is geschonden. Daarnaast is tijdens het onderzoek vastgesteld dat twee haren die bij het slachtoffer waren veiliggesteld zoekgeraakt zijn, wat door de verdediging werd aangevoerd als reden voor niet-ontvankelijkheid van het Openbaar Ministerie.
De Hoge Raad stelt dat het zoekraken van deze haren weliswaar een inbreuk op de procesorde vormt, maar niet zodanig ernstig is dat dit leidt tot niet-ontvankelijkheid, omdat er geen aanwijzingen zijn dat dit opzettelijk of met grove veronachtzaming is gebeurd. Verder oordeelt het hof dat het bewijs, waaronder getuigenverklaringen, voldoende is om het daderschap van de verdachte aan te nemen. De Hoge Raad vernietigt alleen de strafmaat wegens overschrijding van de redelijke termijn en vermindert de gevangenisstraf tot negen jaar en zes maanden.
Uitkomst: De gevangenisstraf wordt verminderd tot negen jaar en zes maanden, veroordeling blijft in stand.