Uitspraak
Arrest van de meervoudige kamer voor strafzaken van het gerechtshof
‘s-Hertogenbosch
[verdachte] ,
[bedrijf 1] , in elk geval een rechtspersoon, op een of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 1 oktober 2005 tot en met 31 december 2006 te Heerhugowaard en/of elders in Nederland,
[bedrijf 1] , in elk geval een rechtspersoon, op één of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 1 oktober 2005 tot en met 31 december 2006 te Heerhugowaard en/of (elders) in Nederland,
hij op een of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 1 oktober 2005 tot en met
Het standpunt van de verdediging
ofmet grove veronachtzaming van de belangen van de verdachte aan diens recht op een eerlijke behandeling van zijn zaak is tekortgedaan. De rechtbank lijkt er echter van uit te gaan dat sprake moet zijn van doelbewuste
engrove
Het standpunt van het Openbaar Ministerie
Het oordeel van het hof
(…) Redelijke termijn
De rechtbank stelt vast dat de redelijke termijn in de zin van artikel 6, eerste lid, EVRM op de navolgende data is aangevangen:
(…)
(…) Geheimhoudersgesprekken
1. De raadsman van [medeverdachte 2] heeft terecht gesteld dat er tapverslagen zijn gebruikt in de verhoren. De rechtbank heeft vastgesteld dat het daarbij niet gaat om gesprekken met geheimhouders.
3. Uit het dossier en het verhandelde ter zitting blijkt niet dat door de officier van justitie en/of het FIOD-onderzoeksteam doelbewust of met grove veronachtzaming inzake de gesprekken met geheimhouders is gehandeld. Daarbij heeft de rechtbank tevens betrokken hetgeen hieronder onder 4 en 5 is overwogen.
4. De verdediging heeft aanvankelijk de gesprekken met geheimhouders niet aan de orde gesteld. Het is juist de officier van justitie geweest die een door de FIOD in het kader van een schoningsactie opgemaakt proces-verbaal d.d. 3 april 2009 – dat is de vrijdag voor de zitting van 6 april 2009 – aan de verdediging beschikbaar heeft gesteld.
6. Zonder te willen afdoen aan de ernst van de schending van een grondrecht (te weten de vertrouwelijkheid tussen de advocaat en zijn cliënt) acht de rechtbank gezien de korte tapperiode, het aantal, de aard en de inhoud van de opgenomen gesprekken met geheimhouders, zoals hierboven is overwogen, de schending van de belangen van verdachten in deze specifieke strafzaak gering. De rechtbank ziet niet in dat de gesprekken met geheimhouders het opsporingsonderzoek op enigerlei wijze hebben vooruitgeholpen, sturingsinformatie daarbij inbegrepen. De officier van justitie ter zitting en de FIOD-ambtenaren bij de rechter-commissaris hebben zich in gelijke zin uitgelaten. De rechtbank heeft geen reden aan die uitlatingen te twijfelen.
(…) Gebrekkig onderzoek
(…) Cumulatie van schendingen en conclusie
Hiervoor is overwogen dat geen van de voorgebrachte verweren (redelijke termijn, gesprekken met geheimhouders, tekortkomingen van het onderzoek) geïsoleerd bezien tot een niet-ontvankelijkheid leiden. De rechtbank is van oordeel dat ook in combinatie of cumulatie de verweren niet tot de niet-ontvankelijkheid van de officier van justitie kunnen leiden en zij overweegt daarover het volgende.
met grove veronachtzaming van de belangen van verdachte heeft gehandeld. Hem valt geen boos opzet te verwijten. Hoewel met het niet vernietigen van de geheimhoudersgesprekken ernstig inbreuk is gemaakt op een belangrijk grondrecht valt niet in te zien dat verdachten daarvan in deze strafzaak nadeel hebben ondervonden. Het gaat om een zeer gering aantal gesprekken en ten aanzien van de inhoud ervan kan niet worden gezegd dat deze op enigerlei wijze het onderzoek hebben beïnvloed en aldus de belangen van verdachten hebben geschaad.
[bedrijf 1] , in elk geval een rechtspersoon, in de periode van 1 oktober 2005 tot en met 31 december 2006 te Heerhugowaard en elders in Nederland,
[bedrijf 1] in de periode van 1 oktober 2005 tot en met 31 december 2006 te Heerhugowaard ,
hij in of omstreeks de periode van 1 oktober 2005 tot en met 31 december 2006 te Heerhugowaard en/of (elders) in Nederland,
Het standpunt van het Openbaar Ministerie
Het standpunt van de verdediging
Het oordeel van het hof
Feit 1
Feit 2
Feit 3
BESLISSING
Veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 1 (één) jaar.
2 (twee) jarenaan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt.