ECLI:NL:HR:2003:AF1584

Hoge Raad

Datum uitspraak
28 januari 2003
Publicatiedatum
4 april 2013
Zaaknummer
01975/01
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Cassatie
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 141 SrArt. 141 (oud) SrArt. 138b SvArt. 359 SvArt. 365a Sv
Verwijzingen
13 uitgaand · 9 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vernietiging en verbetering kwalificatie geweldsdelict in cassatie

In deze strafzaak heeft het Gerechtshof Arnhem een verdachte veroordeeld wegens het plegen van openlijk geweld tegen personen. Het hof kwalificeerde het bewezenverklaarde feit als 'openlijk in vereniging geweld plegen tegen personen' en baseerde de strafoplegging op artikel 141 van Pro het Wetboek van Strafrecht.

De verdachte stelde cassatieberoep in tegen dit arrest. De Advocaat-Generaal concludeerde dat de Hoge Raad het arrest zou vernietigen vanwege een onjuiste kwalificatie van het bewezenverklaarde feit, waarbij de kwalificatie zou worden verbeterd naar 'openlijk met verenigde krachten geweld plegen tegen personen' en dat artikel 141 (oud) Sr als mede toepasselijk wettelijk voorschrift zou worden vermeld.

De Hoge Raad oordeelde dat het hof ten onrechte het bewezenverklaarde feit verkeerd had gekwalificeerd en dat het verkorte arrest onjuist was in de vermelding van de wettelijke voorschriften. De Hoge Raad vernietigde het arrest uitsluitend voor zover het de kwalificatie en de wettelijke voorschriften betreft, verbeterde deze en verwierp het cassatieberoep voor het overige. De strafoplegging blijft daarmee in stand, met een correcte kwalificatie en wettelijke basis.

Uitkomst: Het arrest van het hof wordt vernietigd voor de kwalificatie en wettelijke voorschriften, deze worden verbeterd, het cassatieberoep wordt verder verworpen.

Uitspraak

28 januari 2003
Strafkamer
nr. 01975/01
AG/IK
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof te Arnhem van 18 april 2001, nummer 21/002617-99, in de strafzaak tegen:
[verdachte], geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1978, wonende te [woonplaats].
1. De bestreden uitspraak
Het Hof heeft in hoger beroep - met vernietiging van een vonnis van de Politierechter in de Arrondissementsrechtbank te Zutphen van 26 oktober 1999 - de verdachte ter zake van "openlijk geweld plegen tegen personen" veroordeeld tot twee maanden gevangenisstraf, voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaren, alsmede tot het verrichten van onbetaalde arbeid ten algemenen nutte voor de duur van éénhonderd uren, in plaats van twee maanden gevangenisstraf. Voorts heeft het Hof de vordering van de benadeelde partij toegewezen en aan de verdachte een betalingsverplichting opgelegd een en ander als in het arrest vermeld.
2. Geding in cassatie
Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze hebben mr. R.P. Zwarts, advocaat te Arnhem en mr. N.J.W.G. Simons, advocaat te Doetinchem, bij schriftuur middelen van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De Advocaat-Generaal Jörg heeft geconcludeerd dat de Hoge Raad de bestreden uitspraak zal vernietigen, doch uitsluitend ten aanzien van de kwalificatie van het bewezenverklaarde feit, dat de Hoge Raad de kwalificatie zal verbeteren en art. 141 (oud) Sr zal vermelden als mede toepasselijk wettelijk voorschrift en het beroep voor het overige zal verwerpen.
3. Beoordeling van de middelen
De middelen kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81 RO Pro, geen nadere motivering nu de middelen niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
4. Ambtshalve beoordeling van de bestreden uitspraak
4.1. Het Hof heeft blijkens het verkorte arrest het bewezenverklaarde feit, met aanhaling van art. 141 Sr Pro, als volgt gekwalificeerd:
"Openlijk in vereniging geweld plegen tegen personen."
In de aanvulling op het verkorte arrest als bedoeld in art. 365a, tweede lid, Sv in verbinding met art. 415 Sv Pro, heeft het Hof ten aanzien van het bewezenverklaarde feit het volgende overwogen:
"Ten onrechte heeft het hof het bewezenverklaarde gekwalificeerd als het 'openlijk in vereniging geweld plegen tegen personen', in plaats van het 'openlijk met verenigde krachten geweld plegen tegen personen', met aanhaling van art. 141 van Pro het Wetboek van Strafrecht in plaats van artikel 141 oud Pro van het Wetboek van Strafrecht."
4.2. Ingevolge art. 138b Sv wordt onder een verkort vonnis verstaan een vonnis waarin noch de bewijsmiddelen bedoeld in art. 359, eerste lid, noch de redengevende feiten en omstandigheden, bedoeld in art. 359, derde lid, Sv zijn opgenomen. Uit de wetsgeschiedenis welke ten grondslag heeft gelegen aan de art. 138b en 365a Sv kan worden afgeleid dat de wetgever er de voorkeur aan geeft dat ten tijde van de uitspraak een volledig uitgewerkt vonnis of arrest voorhanden is, maar dat de rechter niettemin de bevoegdheid heeft voorshands te volstaan met een verkort vonnis of arrest waarin onder meer behoren te zijn opgenomen de kwalificatie van het bewezenverklaarde en de wettelijke voorschriften waarop de strafoplegging berust.
4.3. Uit het voorgaande vloeit voort dat het de rechter niet vrijstaat in de aanvulling op het verkorte arrest de kwalificatie en de aan te halen wettelijke voorschriften te wijzigen. Bij de beoordeling van het cassatieberoep moet derhalve worden uitgegaan van de kwalificatie en de vermelding van de toepasselijke wettelijke voorschriften die in het verkorte arrest zijn opgenomen.
4.4. De in de bestreden uitspraak opgenomen kwalificatie - zoals hiervoor onder 1 weergegeven - van het bewezenverklaarde feit is onjuist. De kwalificatie dient te luiden:
"Openlijk met verenigde krachten geweld plegen tegen personen"
Voorts dient art. 141 (oud) Sr in plaats van art. 141 Sr Pro te worden vermeld als wettelijke bepaling waarop de strafoplegging mede is gebaseerd.
5. Slotsom
Nu de middelen niet tot cassatie kunnen leiden, terwijl de Hoge Raad geen andere dan de hiervoor onder 4 genoemde gronden aanwezig oordeelt waarop de bestreden uitspraak ambtshalve zou behoren te worden vernietigd, brengt hetgeen hiervoor is overwogen mee dat als volgt moet worden beslist.
6. Beslissing
De Hoge Raad:
Vernietigt de bestreden uitspraak doch uitsluitend voorzover daarbij als wettelijk voorschrift waarop de oplegging van de straf berust art. 141 Sr Pro en niet art. 141 (oud) Sr is vermeld en voor wat betreft de kwalificatie van het bewezenverklaarde feit;
Kwalificeert het bewezenverklaarde feit als "openlijk met verenigde krachten geweld plegen tegen personen";
Vermeldt als mede toepasselijke wettelijke bepaling art. 141 (oud) Sr;
Verwerpt het beroep voor het overige.
Dit arrest is gewezen door de vice-president C.J.G. Bleichrodt als voorzitter, en de raadsheren F.H. Koster en A.M.J. van Buchem-Spapens, in bijzijn van de waarnemend-griffier I.W.P. Verboon, en uitgesproken op 28 januari 2003.