ECLI:NL:HR:2003:AF3097
Hoge Raad
- Cassatie
- W.J.M. Davids
- G.J.M. Corstens
- A.J.A. van Dorst
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad vernietigt arrest wegens niet-naleving art. 51 Sv dagvaarding in hoger beroep
In deze strafzaak werd verdachte in hoger beroep door het hof Arnhem veroordeeld voor oplichting en valsheid in geschrift tot een gevangenisstraf van vier weken, waarvan twee voorwaardelijk. Verdachte stelde cassatieberoep in tegen dit arrest. De Hoge Raad onderzocht of het hof de dagvaardingsvoorschriften van artikel 51 van Pro het Wetboek van Strafvordering correct had nageleefd.
Uit de processtukken bleek dat een advocaat van verdachte schriftelijk had medegedeeld dat hij verdachte in hoger beroep zou bijstaan, maar dat geen afschrift van de dagvaarding aan deze raadsman was gezonden. Tijdens de terechtzitting in hoger beroep verscheen noch verdachte noch een raadsman. De Hoge Raad concludeerde dat het voorschrift van art. 51 Sv Pro, dat vereist dat de dagvaarding aan de raadsman wordt betekend, vermoedelijk niet was nageleefd.
Deze niet-naleving is van zodanig belang dat het de geldige behandeling van de zaak in afwezigheid van verdachte en zijn raadsman belemmert, tenzij de rechter redelijkerwijs mag aannemen dat verdachte geen prijs stelde op aanwezigheid of bijstand. Het hof had echter niet vastgesteld dat aan deze voorwaarden was voldaan. Daarom vernietigde de Hoge Raad het arrest en verwees de zaak naar het hof 's-Hertogenbosch voor hernieuwde berechting op het bestaande hoger beroep.
Uitkomst: Het arrest van het hof Arnhem wordt vernietigd en de zaak wordt verwezen voor hernieuwde berechting.