ECLI:NL:HR:2003:AF4625

Hoge Raad

Datum uitspraak
25 april 2003
Publicatiedatum
4 april 2013
Zaaknummer
C01/283HR
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Cassatie
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 RO
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad bevestigt geldigheid Europees octrooi en wijst inbreuksvordering af

In deze zaak vorderde eiseres tot cassatie, een rechtspersoon naar buitenlands recht, primair de nietigverklaring van het Nederlandse deel van Europees octrooi 0.295.525 en subsidiair een verbod aan Gouda om inbreuk te maken op dit octrooi door het verhandelen van een pastavormig wasmiddel. De Rechtbank wees de primaire vordering af en kende het verbod toe. Beide partijen stelden hoger beroep in, waarbij het Gerechtshof het vonnis van de Rechtbank bevestigde.

Eiseres stelde cassatieberoep in tegen het arrest van het Hof, maar de Hoge Raad oordeelde dat de aangevoerde klachten niet tot cassatie konden leiden. De Hoge Raad bevestigde dat Gouda door het verhandelen van haar wasmiddelpasta geen directe of indirecte inbreuk maakt op het Nederlandse deel van het Europees octrooi 0.295.525.

Daarnaast werd Gouda niet verplicht tot het verstrekken van lijsten van leveranciers en afnemers onder dreiging van dwangsommen. De Hoge Raad veroordeelde eiseres in de kosten van het geding in cassatie en wees het beroep af zonder nadere motivering, gelet op artikel 81 van Pro de Wet op de rechterlijke organisatie.

Het arrest werd uitgesproken door raadsheren Fleers, Kop en Bakels op 25 april 2003.

Uitkomst: De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep en bevestigt dat Gouda geen inbreuk maakt op het octrooi.

Uitspraak

25 april 2003
Eerste Kamer
Nr. C01/283HR
MD
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
in de zaak van:
de rechtspersoon naar vreemd recht [eiseres], gevestigd te [vestigingsplaats], Bondsrepubliek Duitsland,
EISERES tot cassatie,
advocaat: mr. J. Groen,
t e g e n
DE ZEEPFABRIEK EN CHEMICALIËNHANDEL "GOUDA" B.V., gevestigd te Gouda,
VERWEERSTER in cassatie,
advocaat: mr. F.I.S.A.L. van Velsen.
1. Het geding in feitelijke instanties
Verweerster in cassatie - verder te noemen: Gouda - heeft bij exploit van 25 september 1995 eiseres tot cassatie - verder te noemen: [eiseres] - gedagvaard voor de Rechtbank te 's-Gravenhage en gevorderd:
primair: het Nederlandse deel van het Europees octrooi 0.295.525 nietig te verklaren, en
subsidiair te verklaren voor recht dat Gouda door het verhandelen van haar wasmiddelpasta noch direct, noch indirect inbreuk maakt op het Nederlandse deel van het Europees octrooi 0.295.525.
[Eiseres] heeft de vordering bestreden en in reconventie gevorderd bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad:
a. Gouda te verbieden inbreuk te maken op Europese octrooi 295525 door hier te lande een pastavormig wasmiddel aan te bieden of te leveren voor de toepassing van de geoctrooieerde uitvinding, op straffe van verbeurte van een onmiddellijk opeisbare dwangsom van ƒ 100.000,-- voor iedere overtreding van dit verbod en per dag waarop zo'n overtreding zal voortduren;
b. Gouda te gebieden binnen acht dagen na betekening van het te dezen te wijzen vonnis opgave te doen van de leverancier van het pastavormige wasmiddel, op straffe van verbeurte van een onmiddellijk opeisbare dwangsom van ƒ 100.000,-- voor iedere overtreding van dit verbod en per dag waarop zo'n overtreding zal voortduren;
c. Gouda te gebieden binnen acht dagen na betekening van het te dezen te wijzen vonnis een lijst te verschaffen van de afnemers van het pastavormige wasmiddel, op straffe van verbeurte van een onmiddellijk opeisbare dwangsom van ƒ 100.000,-- voor iedere overtreding van dit verbod en per dag waarop zo'n overtreding zal voortduren.
Gouda heeft in reconventie de vorderingen bestreden.
De Rechtbank heeft bij vonnis van 15 april 1998 in conventie de primaire vordering afgewezen en de subsidiaire vordering toegewezen. In reconventie heeft de Rechtbank de vordering afgewezen.
Tegen dit in conventie en in reconventie gewezen vonnis heeft [eiseres] hoger beroep ingesteld bij het Gerechtshof te 's-Gravenhage. Bij memorie van grieven heeft [eiseres] haar eis in reconventie voorwaardelijk gewijzigd en gevorderd voormeld vonnis te vernietigen en, opnieuw rechtdoende, bij arrest, uitvoerbaar bij voorraad:
primair alsnog de reconventionele vorderingen van [eiseres] toe te wijzen en de conventionele vorderingen van Gouda geheel af te wijzen, althans
subsidiair in conventie vast te stellen dat EP 0.295.525 geldig is in de vorm als weergegeven in de akte van [eiseres] van 27 mei 1998 en de inhoud van conclusie 1 van het octrooi dienovereenkomstig te wijzigen, onder afwijzing van het in conventie door Gouda meer of anders gevorderde en alsnog de reconventionele vorderingen van [eiseres] toe te wijzen, althans
meer subsidiair de (voorwaardelijk) gewijzigde reconventionele vorderingen van [eiseres] toe te wijzen en de conventionele vorderingen van Gouda geheel af te wijzen.
Gouda heeft incidenteel hoger beroep ingesteld en gevorderd het Nederlandse deel van voormeld Europees octrooi nietig te verklaren.
Bij arrest van 21 juni 2001 heeft het Hof in het principaal beroep het vonnis waarvan beroep bekrachtigd en in het incidenteel beroep het beroep verworpen.
Het arrest van het Hof is aan dit arrest gehecht.
2. Het geding in cassatie
Tegen het arrest van het Hof heeft [eiseres] beroep in cassatie ingesteld. De cassatiedagvaarding is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
Gouda heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
De zaak is voor partijen toegelicht door hun advocaten.
De conclusie van de Advocaat-Generaal J.L.R.A. Huydecoper strekt tot verwerping van het cassatieberoep.
3. Beoordeling van het middel
De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien artikel 81 RO Pro, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
4. Beslissing
De Hoge Raad:
verwerpt het beroep;
veroordeelt [eiseres] in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van Gouda begroot op € 286,88 aan verschotten en € 1.365,-- voor salaris.
Dit arrest is gewezen door de raadsheren J.B. Fleers, als voorzitter, P.C. Kop en F.B. Bakels, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer F.B. Bakels op 25 april 2003.