ECLI:NL:HR:2003:AF6572
Hoge Raad
- Cassatie
- A.G. Pos
- L. Monné
- P.J. van Amersfoort
- A.R. Leemreis
- C.J.J. van Maanen
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt waardebepaling onroerende zaak volgens Wet WOZ in geschil met gemeente Doetinchem
De zaak betreft een geschil over de vaststelling van de waarde van een onroerende zaak gelegen aan a-straat 1 te Z voor het tijdvak 2001-2004 op grond van de Wet waardering onroerende zaken (Wet WOZ). De gemeente Doetinchem stelde de waarde aanvankelijk vast op ƒ 855.080, waarna belanghebbende bezwaar maakte. De ambtenaar stelde de waarde bij uitspraak bij op ƒ 800.380. Belanghebbende ging in beroep bij het gerechtshof Arnhem, dat de uitspraak van de ambtenaar vernietigde en de waarde vaststelde op ƒ 750.000 (€ 340.335).
De gemeente stelde beroep in cassatie in tegen deze uitspraak. De Hoge Raad heeft het beroep beoordeeld aan de hand van de klachten dat het hof artikel 17 lid 2 van Pro de Wet WOZ zou hebben geschonden door gelijk gewicht toe te kennen aan taxatierapporten van belanghebbende die niet waren opgesteld voor de Wet WOZ en geen vergelijkingscijfers bevatten. De Hoge Raad oordeelde dat deze omstandigheden niet noodzakelijkerwijs betekenen dat de waardes niet stroken met de maatstaf van artikel 17 lid 2 Wet Pro WOZ.
Voorts heeft de Hoge Raad geoordeeld dat het oordeel van het hof over de waardering van de bewijsmiddelen een aan het hof voorbehouden waardering is en niet onbegrijpelijk is zonder nadere motivering. De Hoge Raad verklaarde het beroep ongegrond en bevestigde daarmee de waardebepaling van het hof. Er werd geen veroordeling in proceskosten opgelegd.
Uitkomst: Het cassatieberoep van de gemeente Doetinchem wordt ongegrond verklaard en de waardebepaling van het hof bevestigd.