ECLI:NL:HR:2003:AF6590
Hoge Raad
- Cassatie
- W.J.M. Davids
- B.C. de Savornin Lohman
- E.J. Numann
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak wegens niet-schending Nederlandse accijnswet bij voorhanden hebben sigaretten zonder accijnsheffing
De zaak betreft een cassatieberoep tegen een arrest van het Gerechtshof te 's-Gravenhage waarin verdachte werd vrijgesproken van het leiden van een criminele organisatie en het medeplegen van overtredingen van de Wet op de accijns. Verdachte werd ervan verdacht grote hoeveelheden sigaretten zonder betaling van accijns in Nederland voorhanden te hebben gehad.
Het hof oordeelde dat de Nederlandse accijnswetgeving van toepassing was op de sigaretten die via Duitsland de Europese Gemeenschap waren binnengebracht en dat het voorhanden hebben van deze goederen zonder accijnsheffing een overtreding van artikel 5 van Pro de Wet op de accijns opleverde. De verdediging voerde aan dat de accijnsregels niet van toepassing waren omdat de invoer niet in Nederland had plaatsgevonden.
De Hoge Raad bevestigde dat op grond van nationale wetgeving en Europese richtlijnen accijns verschuldigd is bij de uitslag tot verbruik of invoer binnen de Europese Gemeenschap. Het enkele voorhanden hebben van accijnsgoederen zonder accijnsbetaling geldt als uitslag tot verbruik. Het hof had terecht het verweer verworpen en de verdachte vrijgesproken van de overige tenlasteleggingen. Het cassatieberoep werd verworpen omdat geen onjuiste rechtsopvatting of onbegrijpelijkheid was vastgesteld.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en de vrijspraak van verdachte wordt bevestigd.