ECLI:NL:HR:2003:AF7095
Hoge Raad
- Cassatie
- G.J. Zuurmond
- F.W.G.M. van Brunschot
- D.G. van Vliet
- C.B. Bavinck
- J.W. van den Berge
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad vernietigt heffing omzetbelasting na onttrekking goederen aan douaneregeling
Belanghebbende voerde extern communautair douanevervoer uit van goederen die onder douane-entrepots stonden en verkocht waren aan een buiten de Gemeenschap gevestigde afnemer. Tijdens het vervoer onder douanetoezicht werden de goederen door derden gestolen, waardoor de douaneautoriteiten geen controle meer konden uitvoeren en de goederen als onttrokken aan de douaneregeling werden beschouwd.
De Inspecteur legde op grond van artikel 22 van Pro de Wet op de omzetbelasting 1968 een aanslag omzetbelasting op aan belanghebbende. Het Hof verklaarde het beroep van belanghebbende ongegrond met het oordeel dat de goederen ten tijde van de onttrekking niet meer bestemd waren voor de opdrachtgever.
De Hoge Raad oordeelde dat de bestemming van de goederen pas wijzigt op het moment van levering in de zin van de Wet. Aangezien de goederen bij onttrekking nog niet geleverd waren, was de heffing van omzetbelasting onterecht. Het beroep van belanghebbende werd gegrond verklaard, de aanslag en het hofvonnis vernietigd en de Staatssecretaris veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt de aanslag omzetbelasting en het hofarrest omdat de goederen bij onttrekking nog niet waren geleverd en de bestemming niet was gewijzigd.