ECLI:NL:HR:2003:AF8271
Hoge Raad
- Cassatie
- R. Herrmann
- O. de Savornin Lohman
- A. Hammerstein
- P.C. Kop
- F.B. Bakels
- Rechtspraak.nl
Beoordeling colportageovereenkomst en vermogensrecht in piramidespel
In deze zaak stond centraal de vraag of een overeenkomst die strekt tot deelname aan een piramidespel kwalificeert als het verschaffen van een vermogensrecht in de zin van de Colportagewet. Verweerster had eiser gedagvaard voor betaling van een bedrag, waarop eiser zich verweerde. De rechtbank wees de vordering toe, maar het hof vernietigde dit en veroordeelde eiser tot een lager bedrag.
Eiser stelde cassatieberoep in tegen het arrest van het hof. Het hof had geoordeeld dat eiser handelde als colporteur omdat de overeenkomst aan verweerster een mogelijk stoffelijk voordeel opleverde, namelijk een voorwaardelijk recht op betaling van een geldsom bij het aanbrengen van nieuwe deelnemers.
De Hoge Raad oordeelde dat het begrip 'vermogensrecht' in de Colportagewet moet worden uitgelegd conform het Burgerlijk Wetboek en dat het hof terecht het voorwaardelijke recht als vermogensrecht had aangemerkt. De klachten van eiser faalden, en het beroep werd verworpen. De Hoge Raad veroordeelde eiser in de kosten van het cassatiegeding.
Uitkomst: Het cassatieberoep van eiser wordt verworpen en eiser wordt veroordeeld in de kosten van het geding.