ECLI:NL:HR:2003:AH8968
Hoge Raad
- Cassatie
- A.E.M. van der Putt-Lauwers
- F.W.G.M. van Brunschot
- D.G. van Vliet
- C.B. Bavinck
- J.W. van den Berge
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt winstneming bij cessie huurtermijnen in vennootschapsbelasting
In deze zaak is aan X B.V. een aanslag vennootschapsbelasting opgelegd over 1997, welke na bezwaar en beroep bij het Hof is gehandhaafd. De kern van het geschil betreft de fiscale behandeling van een door de directeur en enig aandeelhouder aan B B.V. om niet gecedeerde vordering op huurtermijnen, die door belanghebbende als informeel kapitaal is verwerkt.
Het Hof oordeelde dat het voordeel voor belanghebbende voortvloeit uit de verhouding met haar aandeelhouder en dat dit voordeel, ondanks de samenhang met inkomstenbelastingheffing bij de aandeelhouder, bij de bepaling van de winst van belanghebbende moet worden betrokken. Dit betekent dat de afschrijving op de geactiveerde huurtermijnen niet in aftrek kan worden gebracht.
De Hoge Raad bevestigt dit oordeel en wijst de middelen af die stelden dat de kostenarresten niet van toepassing zouden zijn op vermogenssfeertransacties zoals deze cessie. De Hoge Raad benadrukt dat een redelijke wetstoepassing die de samenhang tussen vennootschapsbelasting en inkomstenbelasting respecteert, tot deze conclusie leidt.
De Hoge Raad verklaart het beroep ongegrond en veroordeelt belanghebbende niet in de proceskosten.
Uitkomst: Het beroep in cassatie van X B.V. wordt ongegrond verklaard en het oordeel van het Hof bevestigd dat de overdracht om niet van toekomstige huurtermijnen als winst moet worden meegenomen.