ECLI:NL:HR:2003:AH9922
Hoge Raad
- Cassatie
- W.J.M. Davids
- W.A.M. van Schendel
- J.W. Ilsink
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt betrouwbaarheid en bruikbaarheid van afgeluisterde telefoongesprekken en hun vertalingen als bewijs
In deze strafzaak heeft de Hoge Raad het beroep in cassatie van verdachte verworpen tegen een arrest van het Gerechtshof te 's-Hertogenbosch. Het hof had verdachte veroordeeld voor onder meer medeplegen van moord en andere ernstige strafbare feiten.
De verdediging voerde aan dat de afgeluisterde telefoongesprekken, die als belangrijk bewijs dienden, gemanipuleerd zouden zijn en dat de vertalingen van deze gesprekken onjuist waren. Het hof heeft uitgebreid onderzoek laten verrichten door het Nederlands Forensisch Instituut (NFI), waarbij deskundige drs. A.P.A. Broeders concludeerde dat er geen aanwijzingen waren voor manipulatie van de telefoontaps. Het hof achtte deze bevindingen betrouwbaar en verwierp het verweer van de verdediging.
Daarnaast heeft het hof de betrouwbaarheid van de vertalingen van de gesprekken door beëdigde tolken onderzocht. Hoewel er sprake was van enkele vertaalfouten en summiere weergaven, concludeerde het hof dat de essentie van de gesprekken correct was weergegeven en dat de vertalingen betrouwbaar waren. De Hoge Raad bevestigt dat de schriftelijke vertalingen geen verklaringen zijn in de zin van art. 344 lid 3 Sv Pro, maar dat zij wel bruikbaar zijn als bewijs.
De Hoge Raad toetst het oordeel van het hof op begrijpelijkheid en oordeelt dat het hof geen onjuiste rechtsopvatting heeft gehanteerd. Het beroep in cassatie wordt verworpen en het arrest van het hof blijft in stand.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen; de afgeluisterde telefoongesprekken en vertalingen zijn betrouwbaar en bruikbaar als bewijs.