ECLI:NL:HR:2003:AI1571
Hoge Raad
- Cassatie
- C.J.G. Bleichrodt
- J.P. Balkema
- A.J.A. van Dorst
- Rechtspraak.nl
Verwerping cassatieberoep wegens niet-toestaan verdediging zonder machtiging
De zaak betreft een cassatieberoep van een verdachte tegen een arrest van het Gerechtshof Amsterdam waarin het hof een raadsman niet toestond de verdediging te voeren omdat deze niet uitdrukkelijk door de verdachte was gemachtigd. De verdachte was niet verschenen bij de terechtzitting in hoger beroep en de raadsman beriep zich op een uitzonderlijke situatie waarbij het hof telefonisch een advocaat van zijn kantoor had gevraagd de zaak over te nemen.
Het hof oordeelde dat dit geen uitzonderlijk geval was zoals bedoeld in eerdere jurisprudentie en weigerde de raadsman het woord te geven voor de verdediging. De Hoge Raad bevestigt dat zonder uitdrukkelijke machtiging een raadsman slechts mag spreken ter toelichting van de afwezigheid van de verdachte en het verzoek om aanhouding, tenzij in uitzonderlijke gevallen anders moet worden geoordeeld.
De Hoge Raad vindt het oordeel van het hof niet onjuist of onbegrijpelijk en wijst het cassatieberoep af. Hiermee blijft het oordeel van het hof in stand dat de verdediging zonder machtiging niet mocht worden gevoerd.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen; de raadsman mocht zonder machtiging de verdediging niet voeren.