ECLI:NL:PHR:2003:AI1571
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt beperking verdediging door niet-gemachtigde raadsman in hoger beroep
In deze zaak werd de verdachte in eerste aanleg vrijgesproken van een primair tenlastegelegd feit, maar veroordeeld tot twaalf maanden gevangenisstraf voor andere feiten. In hoger beroep trad de oorspronkelijke raadsman terug wegens gebrek aan contact met de verdachte, waarna een nieuwe raadsman werd toegevoegd. Tijdens de zitting was de verdachte afwezig en werd de verdediging door een vervangend raadsman gevoerd die niet uitdrukkelijk gemachtigd was.
Het hof weigerde deze vervangende raadsman toe te laten tot de verdediging omdat geen uitzonderlijk geval van rechtspraak was gegeven. Het hof sprak het arrest bij verstek uit. De verdachte stelde cassatie in en klaagde dat dit in strijd was met zijn recht op rechtsbijstand zoals gewaarborgd in art. 6 EVRM Pro.
De Hoge Raad oordeelde dat het hof geen onjuiste rechtsopvatting had gegeven en dat de weigering om de niet-gemachtigde raadsman toe te laten niet onbegrijpelijk was. Ook het middel dat de dagvaarding ten aanzien van het begrip "valse sleutel" nietig zou zijn, werd verworpen wegens gebrek aan belang en te late indiening. Het cassatieberoep werd verworpen.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en het arrest van het hof blijft in stand.