ECLI:NL:HR:2003:AJ0517
Hoge Raad
- Cassatie
- W.J.M. Davids
- G.J.M. Corstens
- B.C. de Savornin Lohman
- W.A.M. van Schendel
- J. de Hullu
- Rechtspraak.nl
Veroordeling medeplegen voorbereiding diefstal met geweld en afpersing met strafvermindering wegens termijnoverschrijding
De Hoge Raad behandelde het cassatieberoep van verdachte tegen een arrest van het Gerechtshof te 's-Hertogenbosch waarin hij was veroordeeld voor medeplegen van voorbereiding van diefstal met geweld en afpersing, deelname aan een criminele organisatie, diefstal met geweld en poging daartoe. De tenlastelegging betrof het voorhanden hebben van diverse voorwerpen zoals inbrekersgereedschap, valse kentekenplaten, vuurwapens en videocamera's, kennelijk bestemd tot het plegen van genoemde misdrijven.
De Hoge Raad oordeelde dat het hof de motiveringsplicht omtrent het begrip 'kennelijk bestemd' uit art. 46 (oud) Sr voldoende had nageleefd en dat het oordeel over de bewijsmiddelen niet onbegrijpelijk was. Tevens werd geoordeeld dat het hof terecht anonieme politieverklaringen slechts als aanleiding tot onderzoek had gebruikt en niet als bewijs van de tenlastegelegde feiten.
Vanwege overschrijding van de redelijke termijn zoals bedoeld in art. 6 EVRM Pro werd de opgelegde gevangenisstraf verminderd van tien jaar naar negen jaar en zes maanden. Het cassatieberoep werd voor het overige verworpen en de zaak verwezen naar het hof te Arnhem voor hernieuwde berechting en afdoening.
Uitkomst: De gevangenisstraf werd verminderd tot negen jaar en zes maanden wegens overschrijding van de redelijke termijn.