ECLI:NL:HR:2003:AK8281
Hoge Raad
- Cassatie
- P. Neleman
- J.B. Fleers
- O. de Savornin Lohman
- A.M.J. van Buchem-Spapens
- A. Hammerstein
- F.B. Bakels
- Rechtspraak.nl
Bevestiging aansprakelijkheid vader voor schade door seksueel misbruik dochter
De zaak betreft een civiele procedure waarin de dochter vergoeding vordert van de schade die zij heeft geleden door seksueel misbruik gepleegd door haar vader, die daarvoor reeds strafrechtelijk is veroordeeld bij arrest van het gerechtshof te 's-Gravenhage van 12 augustus 1996.
De rechtbank heeft de vordering van de dochter toegewezen en de vader veroordeeld tot betaling van een schadebedrag en wettelijke rente. Het gerechtshof heeft deze vonnissen bekrachtigd. De vader stelde cassatieberoep in tegen het arrest van het hof.
De Hoge Raad overweegt dat op grond van artikel 161 Wetboek Pro van Burgerlijke Rechtsvordering (oud artikel 188 Rv Pro) een in kracht van gewijsde gegaan strafvonnis dwingend bewijs oplevert van het bewezen verklaarde feit. Dit betekent dat de civiele rechter verplicht is uit te gaan van het bewezen verklaarde uit de strafzaak, tenzij tegenbewijs wordt geleverd, wat hier niet het geval was.
De Hoge Raad oordeelt dat deze regeling niet in strijd is met het recht op een eerlijk proces zoals gewaarborgd in artikel 6 EVRM Pro, omdat tegenbewijs vrijstaat en de verdachte in de strafprocedure zijn standpunt kon verdedigen. Ook het beroep van de vader op nieuwe feiten en bewijsaanbod werd door het hof terecht als niet ter zake dienend beoordeeld, aangezien de vermeende misbruikhandelingen door anderen de aansprakelijkheid van de vader niet uitsluiten.
De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep en veroordeelt de vader in de proceskosten.
Uitkomst: De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep en bevestigt de aansprakelijkheid van de vader voor de schade door seksueel misbruik.