ECLI:NL:PHR:2004:AP4226
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad oordeelt over belaging en eendaadse samenloop bij inbreuk persoonlijke levenssfeer
In deze zaak stond de verdachte terecht voor het stelselmatig en wederrechtelijk maken van inbreuk op de persoonlijke levenssfeer van het slachtoffer, met het oogmerk om deze te dwingen of vrees aan te jagen. Het hof had de verdachte veroordeeld voor belaging en wederrechtelijk binnendringen in de woning van het slachtoffer, waarbij diverse gedragingen waren bewezen zoals het betreden van de woning met een valse sleutel, het lezen van het dagboek, het sturen van bedreigende brieven en het organiseren van een serenade.
De verdediging voerde onder meer aan dat de dagvaarding nietig was wegens onvoldoende specificatie van het oogmerk en dat sprake was van eendaadse samenloop van strafbare feiten. Het hof verwierp deze verweren, maar de Hoge Raad oordeelde dat in een tenlastelegging op grond van art. 285b Sr het oogmerk niet nader hoeft te worden gespecificeerd en dat de dagvaarding niet nietig is.
Ten aanzien van de eendaadse samenloop stelde de Hoge Raad vast dat de geschonden strafbepalingen hetzelfde rechtsgoed beschermen, namelijk de persoonlijke levenssfeer, en dat daarom sprake is van eendaadse samenloop tussen belaging en huisvredebreuk. De Hoge Raad vernietigt het arrest van het hof voor zover art. 55 lid 1 Sr Pro niet is vermeld bij de strafoplegging en beveelt de toevoeging van deze wettelijke grondslag, terwijl het overige beroep wordt verworpen.
Uitkomst: Het arrest van het hof wordt vernietigd voor zover art. 55 lid 1 Sr niet is vermeld bij de strafoplegging en deze wordt toegevoegd.