ECLI:NL:HR:2003:AM2772
Hoge Raad
- Cassatie
- C.J.G. Bleichrodt
- J.P. Balkema
- J. De Hullu
- Rechtspraak.nl
Beoordeling ondervragingsrecht verdachte bij verhoor getuige in hoger beroep
In deze zaak werd de verdachte in hoger beroep veroordeeld tot een gevangenisstraf van acht maanden wegens ontucht met zijn minderjarige kind. De verdachte stelde in cassatie onder meer dat zijn recht op een eerlijk proces, zoals gewaarborgd in artikel 6 EVRM Pro, was geschonden omdat hij niet zelf het slachtoffer mocht ondervragen en niet bij het verhoor aanwezig was.
Tijdens het hoger beroep vond het verhoor van de getuige, de dochter van de verdachte, plaats met gesloten deuren en zonder dat de verdachte aanwezig was. Wel was de raadsman van de verdachte aanwezig en mocht deze de getuige ondervragen. Na het verhoor werd het proces openbaar hervat en kreeg de verdachte de gelegenheid om vragen te stellen en opmerkingen te maken.
De Hoge Raad overwoog dat het recht om getuigen te ondervragen is gewaarborgd indien de verdachte zelf of zijn raadsman de getuige kan ondervragen. De aanwezigheid van de raadsman bij het verhoor en de mogelijkheid voor de verdachte om na afloop vragen te stellen, voldoen aan artikel 6 lid 3 sub d EVRM Pro. Verder werd vastgesteld dat het hof in het arrest art. 57 Sr Pro had moeten vermelden als toepasselijk wetsartikel.
De Hoge Raad vernietigde het arrest uitsluitend om dit verzuim te herstellen en verwierp het beroep voor het overige, waarmee de veroordeling van acht maanden gevangenisstraf in stand bleef.
Uitkomst: De veroordeling tot acht maanden gevangenisstraf blijft in stand, met herstel van het formele verzuim in het arrest.