ECLI:NL:HR:2003:AO0645
Hoge Raad
- Cassatie
- L. Monné
- P.J. van Amersfoort
- J.C. van Oven
- Rechtspraak.nl
Vrijstelling successierecht voor slotuitkering pensioenrekening niet van toepassing
Belanghebbende kreeg een aanslag successierecht opgelegd over een verkrijging uit de nalatenschap van erflater, bestaande uit een slotuitkering van een pensioenrekening. Na bezwaar en beroep bij het Hof werd de aanslag verminderd, maar de vrijstelling van artikel 32 lid 1 aanhef Pro en ten vijfde van de Successiewet 1956 werd niet toegepast op de slotuitkering omdat deze niet het verzorgingskarakter van een pensioenvoorziening heeft.
De Hoge Raad overwoog dat de vrijstelling alleen geldt voor pensioenvoorzieningen die gericht zijn op verzorging van begunstigden. De wetswijziging per 1 januari 1995 breidde de vrijstelling uit naar lijfrenten en vergelijkbare onderhoudsvoorzieningen, maar niet naar uitkeringen zonder verzorgingskarakter zoals de slotuitkering in deze zaak.
Het cassatieberoep van belanghebbende werd daarom ongegrond verklaard. Het voorwaardelijk incidenteel beroep van de Staatssecretaris was niet aan de orde. De Hoge Raad wees proceskostenveroordeling af en bevestigde de uitspraak van het Hof.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt ongegrond verklaard en de vrijstelling successierecht wordt niet toegepast op de slotuitkering.